Onderweg naar Amasya is het oogsttijd. Oogstmachines en tractoren werken de graanvelden af, terwijl ouderen vegen wat van de wagens op de weg valt, en het stro ligt in balen in mooie patronen op het land. Het busreizen verloopt met horten en stoten: bij een servicestation stopt anderhalf uur lang geen enkele doorgaande bus, en in Çorum missen we de aansluiting met twee minuten, juist omdat de bussen hier stipter vertrekken dan de NS. Er wordt snel gebeld, en met een busje worden we in noodvaart naar de wachtende bus gebracht.
Een stad in een kloof
We rijden door een smalle opening tussen de bergen en komen in een nauwe kloof, waar Amasya aan weerszijden van de rivier ligt uitgespreid. Loodrechte rotswanden begrenzen het smalle dal, met Ottomaanse huizen aan de voet en kale bergen tot tweeduizend meter erboven. We worden afgezet ter hoogte van de koningstombes in de rotswand, precies op de goede plek, en nemen een kamer met een badkamer die groter is dan de kamer zelf.
Via oude trappen klimmen we naar een van de tombes in de wand.
Een van de koningstombes in de rotswand wordt tegenwoordig bewoond door een zwerver.
Aan de hoeveelheid kapotgeslagen glas te zien lust deze bewoner graag een biertje. Een andere bewoner is een hagedis van twintig centimeter die voor Floors voeten wegschiet, en tegen de rots bloeien cactussen. ’s Avonds verandert Amasya in een gezellige stad: de halve boulevard is voor verkeer afgesloten, mensen flaneren met een ijsje langs de rivier, de tombes zijn smaakvol aangelicht en aan het water wordt live muziek gemaakt.
Dertig bruidsstoeten
Op de bazaar worden we twee keer voor de thee uitgenodigd, niet omdat we iets moeten kopen, maar omdat ze graag willen dat we ons welkom voelen. Daarna is het tijd voor de kapper, die voor twaalf lira een strak kapsel met kuif en weggebrande oorharen aflevert. De dag wordt verder bepaald door de bruidsstoeten, een stuk of dertig, die door de stad worden gereden: vooraan een auto met open achterklep voor de cameraman en soms een orkestje, daarachter de met linten en bloemen versierde auto van het bruidspaar, en daarachter een tiental volgauto’s die onophoudelijk toeteren.
Het ene getoeter is nog niet weg, of de volgende bruidsstoet maakt alweer haar opwachting.
Toevallig komen we de twee Amsterdamse toneelspelers weer tegen met wie we op de camping in Çakraz stonden. Ze zijn met hun camper naar Sinop doorgereden en vertellen dat ze veel aan ons hebben moeten denken: zelfs in de camper vonden ze de steile weg en de wegwerkzaamheden zwaar en tegenvallend. Dat bevestigt dat we er goed aan deden niet verder langs de Zwarte Zee te fietsen. We sluiten de avond af op het grote theeterras bij de derde brug, waar gezinnen thee drinken bij live muziek en iemand alle bestellingen bijhoudt op een handcomputer. Elk kopje kost vijftig cent, maar wie veel thee verwacht is goedkoper uit met een samovar.
Een Iraakse familie
Boven op de citadel, na een steile klim waarop we twee schildpadden tegenkomen, is het bijzonder rond te lopen op een plek die al duizenden jaren wordt bewoond; een Pontische koning liet het kasteel rond driehonderd voor Christus bouwen. Maar de sterkste ontmoeting is ’s avonds, op de stenen trappen aan het water, waar een oudere muzikant de saz bespeelt, een langhalsluit, die hij als de beste beheerst. We raken in gesprek met een familie die op hun visa wacht, het ene gezin voor de Verenigde Staten, het andere voor Canada. Twee jaar geleden zijn ze als christenen uit Bagdad gevlucht, omdat ze hun leven niet meer zeker waren.
In de twee jaar dat ze hier wonen, zijn wij de eerste niet-Irakezen die ze ontmoeten.
We worden bij hen thuis uitgenodigd en als bijzondere gasten ontvangen. Ze hebben nog geluk, vertellen ze, dat ze genoeg geld hebben om buiten een vluchtelingenkamp te wonen, al kost een appartement vierhonderd dollar per maand en betalen ze ook nog per half jaar om in Turkije te mogen blijven. De UNHCR heeft bepaald dat ze in Amasya moeten blijven en zelfs waar ze straks komen te wonen; de aanvraag duurt al zeker twee jaar. In die tijd mogen ze niet werken en kunnen de kinderen niet naar school, terwijl ze allemaal niets liever willen: de ene dochter studeerde software-engineering, de andere wil jurist worden. In Bagdad zagen ze dagelijks doden, en ze houden de oorlog en de internationale gemeenschap verantwoordelijk voor de puinhoop die hun land is geworden. Het is moeilijk ze daarin ongelijk te geven. We wisselen e-mailadressen uit en bieden onze gastvrijheid aan, mocht het ze ooit lukken een paspoort te bemachtigen.
Praktische informatie
Bereikbaarheid: Amasya ligt op de busroute tussen het centrale binnenland en de Zwarte Zee-kust; vanuit het westen rijd je vaak via Çorum. Bussen vertrekken stipt, dus wees op tijd. De stad wordt afgezet ter hoogte van de tombes, midden in het centrum.
Rotstombes en citadel: De Pontische koningstombes in de rotswand zijn tegen een kleine vergoeding te bezoeken, maar de openingstijden zijn wisselvallig; van een afstand, vooral ’s avonds verlicht, zijn ze indrukwekkender dan van dichtbij. De citadel hoger op de klif vergt een steile, hete klim maar biedt een weids uitzicht.
’s Avonds aan het water: Amasya leeft op zodra het koeler wordt. Langs de Yeşilırmak liggen theeterrassen met live muziek; reken op een rustige, familiaire sfeer.
Let op: prijzen in dit verhaal zijn van 2010 en achterhaald; reken in euro’s.