Op de grote camping bij Nelson slapen we onverwacht goed; de gevreesde parade van schuivende camperdeuren blijft uit. Om half zes staan we op, ik maak havermout en koffie, Floor breekt de tent af, en om kwart voor zeven fietsen we naar het vliegveld, een rol bubbelplastic onder de arm. Binnen twintig minuten staan we op het bicycle assembly point. De dozen zijn kleiner dan verwacht, dus alles gaat eraf: pedalen, stuur, zadel, beide wielen, en het frame gaat in bubbelplastic. De bagage verdelen we over handbagage en ruimbagage, elke tas maximaal 23 kilo. De fietsen waren al apart geboekt, maar voor de dozen betalen we nog $25 per stuk.
De fietsen gaan uit elkaar en de doos in, kleiner dan we dachten.
Vanaf Nelson vliegen alleen binnenlandse toestellen, elk uur een naar Auckland of Wellington: het alternatief, de veerboot en dan doorrijden, is trager en duurder. Voor het instappen drinken we nog koffie op het vliegveld, aan boord serveert één stewardess koffie en het verplichte koekje in het propellervliegtuig. Anderhalf uur later landen we in Auckland.
Terug op het Noordereiland
Na een halfuur wachten op de fietsdozen, die dit keer een stuk compacter blijken dan op de heenreis, lopen we bijna een kilometer naar de internationale terminal om de fietsen en een grote tas tot vrijdag in bewaring te geven. Met bus 380, een half uur wachten, rijden we naar treinstation Papatoetoe, en van daar met een trage trein, wiens deuren een eeuwigheid nodig hebben om te openen en te sluiten, naar Britomart. Onderweg groeit de honger; bij een hamburgertent blijken de beefburgers op, dus wordt het voor $12 (ca. €7) een vis- en een kipburger. Verrassend goed. Een dagkaart voor het openbaar vervoer is nergens te krijgen, niet op het vliegveld en niet bij het busstation in de stad, waar ze pas volgende week weer voorraad verwachten. Met losse kaartjes reizen we door naar Mt. Eden, waar we de laatste paar honderd meter lopen naar Wynyard Road. Sally doet open: “Welcome home!”
Na een douche en een halfuur op adem komen, is het tijd voor waar we allang naar hebben uitgekeken: Food Alley, de foodcourt aan Albert Street. De keuze is overweldigend en het wordt Thais, een green curry voor Floor, een mango curry voor mij, voor $12 per gerecht. Zo’n foodcourt in Den Haag, en je zou nooit meer zelf hoeven koken. Met de dagkaart varen we ook nog het havenwater over, want naar de eilanden gaan kan alleen via een geboekte tour, typisch voor Nieuw-Zeeland waar een excursie vaak de enige manier is om ergens te komen. Aan de overkant is het uitzicht de moeite waard: een heldere avond, de zon die achter de brug wegzakt en de skyline van de stad die er, na twee maanden onderweg, ineens weer stedelijk uitziet.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Foto’s uit Nieuw-Zeeland
Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen