
We hebben nog een paar dagen over, en Mette is hersteld verklaard. Met de bus gaan we terug naar Antalya, daar huren we een auto, en de laatste dagen brengen we aan de kust door. Als basis kiezen we Adrasan. Niet helemaal toevallig: hier eindigt de ene etappe van de Lycian Way en begint de volgende. De Lycian Way is de eerste langeafstandswandelroute van Turkije, uitgezet door Kate Clow, dezelfde Kate Clow die daarna de St Paul Trail bedacht. Nu Mette het stempel OK heeft gekregen, lopen we als afsluiter van deze reis nog één etappe. De Lycian Way lopen is al heel lang een droom van Mette.

Een veel te warme bus
Maar eerst een reisdag, in een veel te warme maar verder comfortabele bus. Comfortabele busverbindingen, dat snappen de Turken wel. In onze huurauto rijden we daarna naar de imposante bergen ten zuidwesten van Antalya, om de kust eens nader te onderzoeken. Na de rust en stilte van de bergen is het even schakelen om weer tussen de Turkse drukte en bedrijvigheid door te manoeuvreren.
De Middellandse Zee is hier groenblauw, niet het turquoise van de tropen, en heel helder. Er moet worden gezwommen, en snel. De strandjes zijn niet de meest idyllische: kiezels, en vlak langs een doorgaande weg. Maar het water is warm en helder. Na de kou van de Bulgaarse bergen en de grauwe dagen in het Taurusgebergte lijkt het eindelijk alsof we op vakantie zijn.

Filelopen
Maar we zijn hier niet om onze laatste dagen op een ligbedje door te brengen. In de baai van Adrasan liggen de houten rondvaartboten op een rij, want dit is een supertoeristisch gebied, en hier begint de etappe naar Karaöz. Bijna 21 kilometer met ongeveer 1.190 hoogtemeters, bij 28 graden en zonder schaduw. Dat belooft zweterig te worden, dus we starten vroeg. Maar niet vroeg genoeg. Tot onze schrik belanden we direct bij de start in een grote wandelgroep. We laten ze passeren, om er vervolgens achter te komen dat er vlak daarachter nog meer groepen aan komen ‘stomen’, allemaal Russischtalig, van vijftien tot twintig deelnemers.
Wat een anticlimax. Op de St Paul Trail zijn we in zes dagen welgeteld nul andere wandelaars tegengekomen, en nu lijkt het filelopen te worden. Wie mij kent, weet dat ik niet van groepen hou, al helemaal niet van toergroepen, en al helemaal niet van wandelende toergroepen. Mijn instinct zet me aan tot een sprint. Daarmee slaag ik er wel in voor de meute te komen en te blijven, maar dan ontdek ik ook dat ik Mette achter me heb gelaten, en dat zij nu onderdeel is van een Russische wandelkaravaan. Dat doet haar humeur geen goed.
We hergroeperen en bezinnen ons op een strategie. De eerste groep lijkt snel, de rest is langzamer dan wij. De kunst is dus om zo ver mogelijk achter de eerste groep te blijven zonder de voorhoede van de volgende te worden. Dat gaat goed tot er pauze wordt gehouden. Dan begint het spel weer van voren af aan. Waarom wij niet van filelopen houden? We wandelen voor de natuur, voor de stilte en voor de geluiden die daarbij horen.
Onze laatste wandeldag hadden we ons dus anders voorgesteld. Het grootste deel van de Lycian Way schijnt zo druk te zijn, en Mette is direct genezen van haar wens de hele route nog eens te lopen. Zoals zoveel plekken tegenwoordig is ook deze te populair geworden. Is de route dan niet mooi? Jawel hoor. De uitzichten over zee en de kliffen zijn prachtig, en als je drukte niet erg vindt, moet je hem vooral gaan lopen. Wij zijn verwend.

Kofferbakgroenteboer
Gelukkig krijgen we nog een ander hoogtepunt. In Karaöz steek ik op goed geluk mijn hand op naar de eerste auto die ons passeert. Ga je toevallig naar Adrasan? Dat kan. Ben je een taxi? Dat kan ik wel zijn. Wat kost het om ons naar Adrasan te brengen? Achthonderd lira, zo’n veertien euro. Wacht hier vijf minuten, ik ben zo terug. En zo gebeurt het.
Onze spullen kunnen niet in de kofferbak, want die ligt vol broccoli. Onze nieuwe vriend heet Mehmet, en hij heeft een paar kassen waar hij paprika en broccoli verbouwt voor de export. Economisch hebben veel mensen het zwaar in Turkije, vooral door de inflatie: in september lagen de prijzen bijna dertig procent hoger dan een jaar eerder. Maar Turken zeuren niet. Aanpakken doen ze. Als dat betekent dat je naast teler ook kofferbakgroenteboer, taxichauffeur en in Mehmets geval ook nog gids bent, dan is dat maar zo. Mehmet is getrouwd met een vrouw van wie de grootvader uit Bulgarije komt. Zijn kinderen hebben geel haar en blauwe ogen. Net als ik. Maar ik ontken: ik ken zijn vrouw niet.
Bij het afscheid rond ik ruim naar boven af. Als bedankje gaat de kofferbak open, en Mehmet biedt me een prachtige stronk broccoli aan, als een bos bloemen. We hebben niets aan een stronk broccoli, maar ik weet wel wie er blij mee zal zijn: onze gastvrouw, die hard begint te lachen als ik haar het broccoliboeket overhandig.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Foto’s uit dit verhaal




Waar deze dag ligt
Te voet door Turkije, nu in Turkije. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering7. Elke avond komen de wolvenVolgende aflevering ›Verschijnt binnenkortSpring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen