Als we de deur uitstappen is het zes graden. Ik had half september hitte verwacht in Bulgarije en heb daar de inhoud van mijn tas op bepaald. Nu tel ik laagjes en hoop dat het genoeg is.
We rijden een half uur naar sportcomplex Kompleks Maljovica op 1.740 meter, zetten daar de auto neer en lopen door het Maljovicadal omhoog naar berghut Maljovica op 2.050 meter. Mette is een paar weken geleden van de trap gevallen en kan nog geen lange zware dagen aan, en over twee weken moeten we in Turkije de St. Paul’s Trail lopen. We knippen de dag daarom doormidden: samen naar de hut, en daarna ga ik alleen door naar de top.
Een skioord in de zomer
Het startpunt is een skioord, en skioorden zijn notoir lelijk in de zomer. Machines staan half afgedekt tussen de chaletjes, die er nu zonder functie bij staan. Bouwmateriaal en reserveonderdelen liggen lukraak opgestapeld, in de winter vast ergens voor nodig. Het oogt als een bouwplaats en opruimen zou al veel schelen. Met de klimaatverandering erbij hoop ik dat ze hier op tijd doorhebben dat ze zich op een ander soort toerisme moeten gaan richten.
In het dal komt de zon nog niet over de hellingen en de boomtoppen heen en het blijft koud. Handschoenen hebben we thuisgelaten, net als de rest van onze winterkleding. We lopen door sparrenbos, en hoger tussen de stammen staat de bjala mura, de Macedonische den, een soort die alleen op de Balkan groeit en hier pas boven de achttienhonderd meter begint. Het pad volgt een beek met watervallen. Drie keer passeren we een bron, uitgebouwd met een pijp en een bak, bedoeld om uit te drinken.
Verder is het stil. Geen stemmen, geen vliegtuigen. Wie blijft staan en beter luistert hoort het water en af en toe een vogel, en dat is alles.
Als ik stilsta hoor ik niets.
Bij de berghut zijn we net boven de boomgrens. De bomen houden op en het wordt laag struikgewas met bosbessen ertussen. Alpenkauwen trekken rondjes boven de hut, zwarte vogels met een gele snavel en rode poten die in groepen vliegen en elkaar voortdurend roepen. In het struikgewas zitten kleine vogels die onafgebroken kwetteren. De hut ligt in de volle zon, met uitzicht op de hoge pieken. Voor Mette een prima plek om een paar uur te wachten.
Bij de berghut komen mensen langs, maar niemand bestelt iets. Een euro voor thee en anderhalf voor koffie valt erg mee, maar vier euro voor een soep is voor een Bulgaar aan de prijs. Bulgarije staat samen met Griekenland onderaan in de Europese Unie, op 68 procent van het gemiddelde koopvermogen, en sinds januari staan die prijzen in euro’s.
Zevenhonderd meter over grijs graniet
Vanaf de hut moet ik nog bijna zevenhonderd meter omhoog; de driehonderd van het dal heb ik gehad. Het gesteente is grijs graniet, waar de kern van het Rilamassief grotendeels uit bestaat. Er ligt hier nauwelijks koeienmest, want er lopen nauwelijks koeien. Na de Franse Pyreneeën van vorig jaar, waar elk vlak stuk vol lag met natte koeienvlaaien, is dat een verademing. De lucht is koel en schoon, de hemel blauw. Het gaat goed, ik ben wandelfit, en na anderhalf uur klauteren sta ik op 2.729 meter.
Vergeleken met de Alpen zijn deze bergen niet hoog, maar ze zien er wel zo uit en ze lopen ook zo. Van een afstand: rauw, puntig en ondoordringbaar.
Vanaf de top loopt Tour 36 verder naar het zuiden, over de kam en dan zestienhonderd meter omlaag door het dal van de Rilska Reka naar het Rilaklooster, Rilski Manastir. Ruim zeven uur in totaal. Ik draai om, want ik kan Mette niet zomaar bij de hut achterlaten.
Afdalen over puinhellingen is lastiger dan klimmen. Sinds die wandelvakantie in de Pyreneeën gebruik ik stokken, en dat scheelt: in de afdaling zwik ik bijna niet meer door mijn enkels en ik ben sneller beneden. Ik kom een Balkangems tegen en een handvol wandelaars, allemaal Bulgaren. Veel wisselen we niet uit, want zij spreken geen Engels en ik geen Bulgaars.
Klederdracht aan de muur
Samen lopen Mette en ik terug naar beneden. We rijden terug naar Govedartsi voor een kleine lokale winkel en daarna naar Mala Tsarkva, naar een restaurant waar de muren vol hangen met klederdracht. De muziek komt uit een speaker en klinkt overspannen. Ik zoek de naam op: folkloregroep Pey Sartse, Zing hart, uit Pomorie aan de Zwarte Zee, ruim driehonderd kilometer naar het oosten. Klederdracht uit de bergen aan de muur, zang van de kust uit de boxen.
Het menu beslaat meerdere pagina’s en we komen er niet uit, dus de serveerster kiest voor ons. Dat ze Engels spreekt komt goed van pas, want ons Bulgaars is rudimentair. Wat ze brengt is goed, en het blijft komen, want we hebben te veel besteld. Vijfenveertig euro, drie keer de rekening van gisteravond. We rijden met een te volle buik terug naar Madzhare.
Dit verhaal is gratis, zonder advertenties en zonder cookies. De moeite waard? Betaal mee aan het volgende.
Eenmalig, via iDEAL, zonder account.
Waar deze dag ligt
Reis door Bulgarije, nu in Bulgarije. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering1. Koeien in de dorpsstraat van Madzhare
Volgende aflevering ›3. Vijf meren, en dan nog tweeSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Gratis, zonder advertenties
De verhalen en gidsen kosten tijd, hosting en fotoruimte. Betaal mee als je ze de moeite waard vindt.
Eenmalig, via iDEAL, zonder account.
