
We rijden van Trigrad naar Smoljan, de eerste plaats in Bulgarije die zich als een stad gedraagt. We hebben maar een klein deel van het land gezien, dat wel, maar hier staan bomen langs de weg en is er een centrum waar iets gebeurt, met de stad langgerekt tussen groene bergen in. Dat laatste heeft een reden: Smoljan is in 1960 ontstaan uit drie dorpen die aan elkaar zijn geplakt in het smalle dal van twee rivieren, de Zwarte en de Witte.
Er staat ook genoeg brutalisme, en daar houd ik van. Beton uit de socialistische tijd, hoekig en zwaar, en wat mij betreft vaker interessant dan een historische binnenstad, want die zijn vaak eenheidsworst en platgelopen. Uitzonderingen daargelaten.
Er staat ook veel leeg. Een schitterend gebouw dat ooit een hotel met restaurant moet zijn geweest staat dicht. Dat past bij wat we in de Rodopen zien: bijna geen gemarkeerde paden en berghutten die vervallen. Dit land ziet onvoldoende wat het in huis heeft.

Drie jaar in een tent
We zijn hier voor Aukje en Jeroen. Twee Nederlanders die na jaren rondzwerven met hun Toyota Landcruiser in Bulgarije zijn geland. Ik ken ze uit Tadzjikistan, Mette kwam ze een jaar later in Nepal tegen, en zij zijn een belangrijke reden dat wij hier zijn. Ze hebben een stuk land gekocht niet ver van Smoljan, met het plan er een huis te bouwen en van daaruit verder te trekken. Drie jaar later staat dat huis er nog niet en wonen ze nog in een tent. Wel een mooie, met een uitzicht om jaloers op te worden. Er kwam een hond aanwaaien, ook een brak, een Servische waar die van ons in de Trigradkloof een Duitse was, en er kwam papierwerk.
In de korte tijd dat wij hier zijn, hebben we meer van deze bergen gezien dan zij in drie jaar. Het is zoals bij Ik Vertrek: alle tijd gaat op aan het bouwen van het paradijs en tussendoor genieten schiet erbij in.
Successen moet je vieren, ook de kleine.
Vier graden bij de hut
Aukje laat zich makkelijk overhalen voor een lange wandeling. Het wordt een ronde vanaf de hut Perelik, een half uur rijden van Smoljan, op 1.960 meter onder de hoogste top van de Rodopen. We spreken af om half elf. Als we uit de auto stappen is het vier graden.
Het begin is schitterend: open graslanden, uitgestrekte dennenbossen, vergezichten, en een zon die de kou uit de lucht haalt. De bosbessen zijn roodpaars verkleurd. Aan de struiken hangen alleen nog een paar verdroogde bessen, en waar de rest is gebleven wordt verraden op het pad: uitwerpselen vol zaden, van marters en van beren. We klimmen en dalen tussen de dennen en de open plekken. Het is stil en we komen niemand tegen, tot we op de hoogste top van de ronde staan, met uitzicht over 360 graden tot aan de bergen in het westen. Precies daar en precies dan is ook een groep motorcrossers.

Een weide terugwinnen
Op een open helling tussen de sparrenbossen staat een oranje Kubota-trekker met een houtversnipperaar erachter. Ernaast een witte Lada Niva met de achterklep open. Een man voert takken in de trechter en de snippers komen in een bruine laag over het gras terecht, op sommige plekken een hand dik. Het rondhout ligt in kleine stapels klaar, dun genoeg voor de kachel.
Er wordt hier geen bos gekapt maar een weide teruggewonnen. De gekapte sparren zijn jong, uitgezaaid op een open plek die dichtgroeide toen de kuddes uit het gebergte verdwenen. Onder het communisme lag hier veel meer open land, met akkers en collectieve kuddes; na 1989 verdween dat vee en groeide het gras dicht, eerst met struiken en daarna met bomen. Over de hele helling laten ze losse bomen staan, op ruime afstand van elkaar. Een open bergweide levert natuurwinst op, en sinds Bulgarije in de EU zit ook hectarepremie, maar die geldt alleen voor grasland met weinig bomen. Koeien of schapen zie ik nergens.
Verderop gaan we door verstilde naaldwouden over de hellingen, met vergezichten waarin de dorpen diep in het dal liggen en het boven alleen maar stil is. Sporen genoeg: pootafdrukken en uitwerpselen van beren en van wolven. Het laatste stuk gaat zonder enige markering, over een pad dat op het eind in het niets verdwijnt. Van de geplande achttien kilometer worden het er eenentwintig, met ruim achthonderd hoogtemeters en bijna acht uur van auto tot auto. Dit is onze laatste wandeling in Bulgarije en Mette loopt hem zonder problemen. Ze is klaar voor Turkije.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan kun je hier een paar euro achterlaten. Daar houd ik de website mee in de lucht, en af en toe trakteer ik mezelf op een koffie.
Jeroen
Foto’s uit Bulgarije



Waar deze dag ligt
Reis door Bulgarije en Turkije, nu in Bulgarije. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, laat dan een paar euro achter voor de website en een koffie.
Jeroen

