Home EuropaBulgarijeStilte gevraagd in het Rilaklooster

Stilte gevraagd in het Rilaklooster

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Binnenplaats van het Rilaklooster in Bulgarije, met de zwart-wit gestreepte bogen en de vergulde koepel van de hoofdkerk
De hoofdkerk van het Rilaklooster, met links de toren van Hreljo uit 1335.Alle foto’s uit Bulgarije ›

We rijden weg uit Madzhare, met de koeien in de dorpsstraat en de hond van de buren achter ons. Vandaag gaan we van het ene gebergte naar het andere. Rila en Pirin liggen allebei in het zuidwesten van Bulgarije, het ene pal ten noorden van het andere, en we rijden er in een boog van tweehonderd kilometer omheen naar Dobrinishte, aan de voet van het Pirin. Halverwege slaan we af, over een bochtige weg diep de bergen in, naar het Rilaklooster.

Gaten in het asfalt

We zijn een paar dagen in Bulgarije, dus voor een oordeel is het te vroeg. Wat opvalt is wel te zien vanuit de auto: half ingestorte huizen, verlaten industriecomplexen, gaten in de weg. Er komt nog geen geld binnen om te renoveren. Het wagenpark bestaat uit tweede- en derdehands auto’s uit de rest van Europa, met daartussen veel Lada Niva’s en UAZ-busjes, die vierkante Russische bestelbusjes die in Bulgarije nog gewoon rondrijden. Landelijk en armoedig, maar daarom nog niet lelijk.

De schoonheid zit tot nu toe in de bergen.

Door de poort

De parkeerplaats staat vol, touringcars incluis. Omdat we een kleine Kia hebben is er nog een hoekje over, en de parkeerbeheerder is zichtbaar blij dat hij het aan iemand kwijt kan. Ik wil dat er op de auto gelet wordt, dus als we bij de auto onze boterhammen smeren bied ik hem mee-eten aan. Hij hoeft niet, maar de relatie is gelegd. Over de auto maken we ons verder geen zorgen.

Door de poort lopen is het moment van de dag: de binnenplaats ligt er in één keer, met de kerk en de bergen erachter. In de poort zelf komt niemand vooruit. Aziatische reisgezelschappen met zoomlenzen van een halve meter willen allemaal dezelfde foto maken en de doorgang staat vast. Ik schiet er met mijn telefoon langs een kiekje van het volle plein en hoor achter me “excuse me sir, excuse me mister”. Ik denk dat het tegen mij is. Het komt me beter uit dat te negeren.

Op het terrein hoort het stil te zijn, dat staat er ook. De groepen kakelen door. De bewakers zijn zichtbaar geïrriteerd, en dit is hier elke dag zo: wat ze ook zeggen, er wordt niet geluisterd.

Na de gaten in het asfalt is dit de uitzondering. Woonvleugels van vier verdiepingen met open galerijen sluiten de binnenplaats in, en onder de zwart-wit gestreepte bogen van de kerk is vrijwel elk vlak beschilderd. De kleuren zijn helder en het ziet er overal uit alsof het er net op zit. Dat klopt bijna: het klooster brandde in 1833 tot de grond toe af en is daarna opnieuw opgebouwd. Alleen de stenen toren naast de kerk heeft het vuur overleefd, en die staat er sinds 1335.

Binnen mag niet gefotografeerd worden. Het is er donker, en tussen de kerk en het altaar staat een wand van verguld houtsnijwerk die is volgehangen met iconen: de iconostase. Door de ramen in de koepel valt licht naar binnen op de fresco’s. Ik steek twee kaarsen op voor mijn zus.

Een paar meter voorbij de poort is het rustig; de drukte zit op één plek. We gaan op een muurtje zitten. Achter het complex ligt het dal van de Rilska Reka, en aan het eind daarvan, een dagtocht naar het noorden, staat de Maljovica waar ik drie dagen geleden op stond. Een poes pakt haar kans en vlijt zich tegen me aan. Ik ben een kattenmens. Als katten ook ’s nachts zouden blaffen was die liefde snel over.

Een plein in Dobrinishte

Terug door hetzelfde dal en dan de snelweg op naar het zuiden, langs Blagoevgrad, een grote stad met een naam om hardop uit te spreken op ons beste Bulgaars. Op de borden staat alles naast het Cyrillisch ook in Latijns schrift, en dat scheelt. De laatste veertig kilometer ligt links het Rilagebergte en rechts het Pirin, waar we morgen gaan lopen. We rijden door Bansko, het grootste skigebied van het land, waar we al kilometers eerder borden zagen voor alles wat er te skiën en te baden valt. Het ligt mooi, met de hoogste pieken van het Pirin erachter.

Wij gaan een paar kilometer verder, naar Dobrinishte. Daar hebben we een studio aan een plein waar de lokale bevolking overdag voor het achtergrondgeluid zorgt. Zodra het stil dreigt te worden nemen de honden het over.

Dit verhaal is gratis, zonder advertenties en zonder cookies. De moeite waard? Betaal mee aan het volgende.

Eenmalig, via iDEAL, zonder account.





Waar deze dag ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Gratis, zonder advertenties

De verhalen en gidsen kosten tijd, hosting en fotoruimte. Betaal mee als je ze de moeite waard vindt.

Eenmalig, via iDEAL, zonder account.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie