
Of we kunnen lopen wat we willen lopen hangt af van de stoeltjeslift. We hebben geïnformeerd en alles wijst erop dat hij vandaag draait, maar zeker weten doen we het pas als we even na negenen aan het eind van een bochtige bosweg parkeren en de stoeltjes zien bewegen.
Drieëntwintig euro per persoon voor een retour, en dan ruim twintig minuten omhoog in twee liften achter elkaar, met halverwege een overstap. Boven stappen we uit bij berghut Bezbog, ruim achthonderd meter hoger dan de auto. In mijn tas zitten extra kleren en een regenpak, want boven zou het koud zijn en misschien gaan regenen. Het is niet koud en het gaat niet regenen. De hele dag sjouw ik voor niets de extra kilo’s mee. Het scheelt wel een sportschoolabonnement.
Het meer van de priester
Bezbog betekent godloos, en de top die zo heet staat vlak achter de hut. Bij de hut zelf staan een paar vervallen gebouwen; dit heeft betere tijden gehad. Daarachter is het ruig en leeg en komen we weinig mensen tegen. Hele hellingen staan vol wilgenroosje, paarsroze bloemen op lange stengels waarvan de bladeren nu rood kleuren en de zaadpluis opengaat.
Samen lopen we naar het Popovo Ezero, het grootste meer van het Pirin. Popovo betekent meer van de priester, en er is een eilandje dat bij die naam hoort. In de ene overlevering wierp een priester zich hier in het water nadat Ottomaanse soldaten zijn dochter hadden verkracht, en werd zijn muts dat eilandje. In de andere gooide de Slavische god Perun hem erin, omdat hij Perun uit het Pirin wilde verjagen. Godloos en de priester liggen naast elkaar.
Voor Mette is dit meer het eindpunt, en dat is al een prestatie: een paar honderd meter omhoog en weer omlaag over een ruig pad, langs meren met puntige stenige bergen erachter. In het heldere water spiegelen de toppen. In de zon smeren we brood met kaas, ham en salami.
Er zijn slechtere plekken dan een bergmeer om te lunchen.
Van steen naar steen
Tegen enen begin ik aan mijn ronde. Veertien kilometer, en de looptijden in de gids zijn zo ruim dat het moet kunnen. Ik ben een groot fan van de Rother-gidsen, maar van de Bulgaarse hebben ze een potje gemaakt: de meeste routes lopen één kant op en beginnen en eindigen bij een berghut die zelf al een dagtocht ver ligt. Tour 15 loopt van Bezbog naar berghut Demjanica en daar wil ik helemaal niet heen, dus ik knoop een paar routes aan elkaar, met Mette die meedenkt. Wat ik wel blijf vertrouwen is het label topwandeling. Als Rother dat erop plakt, klopt het.
Wat de gids niet laat zien is dat het vooral stenen zijn. Dit gebied is nog niet lang geleden door gletsjers gevormd en wat ervan over is zijn de puinhellingen waar ik nu overheen klauter. Van steen naar steen springen en goed opletten waar ik mijn voeten neerzet. Tempo maken gaat niet. Afstand doet er in dit landschap niet toe.
Een Bulgaarse wandelaar vertelt me dat de laatste lift om vijf uur gaat, of om half zes, ze weet het niet precies. Ze zegt er ook bij dat dit het beste seizoen is, want in de zomer is het hier druk. Ik kijk op mijn horloge.
De lift is dicht
Bij de schuilhut aan het Tevno Ezero ben ik later dan ik wil, en dan moet ik nog vijfhonderd meter afdalen. Het is maar de vraag of ik de lift ga halen. Om kwart over vier sta ik bij het Popovo Ezero, waar ik Mette heb achtergelaten. Ik ga ervan uit dat ze zo slim is geweest om op tijd de lift te nemen en allang beneden zit. Ik haast me. De laatste kilometers zijn zwaar. Er moeten nog driehonderd meter omhoog, en normaal kan ik dat wel rennend doen, maar mijn lijf protesteert en neemt geen genoegen met een handvol nootjes.
Om kwart over vijf ben ik terug bij berghut Bezbog, bij het bovenstation van de lift, en daar zit ze. Ontspannen, en ze zwaait als ik langskom. Ze snapt niet waarom ik doorloop. Ik heb al een vermoeden, en bij de lift valt ook bij haar het kwartje: die is dicht. Wachten had niet gehoeven, romantisch is het wel, maar voor Mette is het best een drama. Ze heeft de hele dag haar krachten gespaard, en nu wordt haar wandeling twee keer zo lang, met een gruwelijke afdaling van ruim achthonderd meter erachteraan. Gelukkig moppert ze niet.
Het restaurant bij het dalstation is nog open, dus we strompelen meteen naar een tafel. Laat de gerechten maar komen. Kippensoep voor mij, tarator voor Mette, de koude soep van yoghurt, komkommer, knoflook, dille en walnoten. Aardappelen met dille en een Bulgaarse worst. Met elke lepel soep komt er wat leven terug. Vijfentwintig kilometer, 1.300 meter omhoog en door de gemiste lift 2.000 meter omlaag. Ik voel me alsof ik door een vrachtwagen ben overreden, en daardoor smaakt alles beter.
Dit verhaal is gratis, zonder advertenties en zonder cookies. De moeite waard? Betaal mee aan het volgende.
Eenmalig, via iDEAL, zonder account.
Waar deze dag ligt
Reis door Bulgarije, nu in Bulgarije. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering5. Stilte gevraagd in het Rilaklooster
Volgende aflevering ›7. Beren die niet meer hoeven te dansenSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Gratis, zonder advertenties
De verhalen en gidsen kosten tijd, hosting en fotoruimte. Betaal mee als je ze de moeite waard vindt.
Eenmalig, via iDEAL, zonder account.