
Het is zondag en het wordt een lang weekend, want dinsdag is het Onafhankelijkheidsdag en veel Bulgaren nemen er nog een paar dagen bij in de bergen. We zijn vroeg vertrokken en rijden over een stille weg van Bansko omhoog, bocht na bocht, steeds hoger. We weten zeker dat we op tijd zijn. Die zekerheid brokkelt af als de parkeerplaats bij hut Banderitsa al vol staat en er verderop een eenrichtingsbord langs de weg blijkt te staan, dat we voor ons gemak negeren.
Boven bij hut Vihren staan de auto’s overal: op de weg, langs de weg, in de vakken, naast de vakken, tegen de berg aan, half op de weg en half tegen de berg. Onze Kia is klein genoeg om op één wiel na binnen de lijnen te passen. Aan passanten vragen we of dat een probleem gaat worden, want overal staan borden dat je hier niet mag parkeren. Misschien, misschien niet. Het is zondag.
In Bulgarije bekeuren ze niet om de begroting rond te krijgen.

Filelopen naar het meer
De meeste mensen komen voor de Vihren, met 2.914 meter de hoogste top van het Pirin. Wij lopen de andere kant op, naar het Muratovo Ezero op 2.232 meter, ruim driehonderd meter boven de parkeerplaats. Ook daar is het filelopen, in een rij die zich over het pad uitstrekt. Bij het meer staat het water stil genoeg om de toppen te spiegelen en lopen paarden los rond, zonder herder in de buurt.
Hier scheiden onze wegen. Ondanks de afdaling van eergisteren gaat het lopen voor Mette steeds beter, en zij kan doseren. Ik niet. Ik kan geen maat houden, ook niet met wandelen. Het is onze laatste dag in het hooggebergte, ik heb een ronde van bijna dertig kilometer in mijn hoofd en het is nog vroeg. En ik wil van de drukte af.
Koeien op de plek van de beren
Tot het eerste hoge punt, de Banderishka Porta op 2.501 meter, loop ik nog tussen de mensen. Daarachter is het leeg. Ik daal af in een dal van gras en graniet, met blokken steen zo groot als een auto, puinhellingen die van de flanken naar beneden zijn geschoven en lage kruipdennen ertussen. Het gras is geel aan het worden. Een paar honderd meter lager ligt een smal meertje in de bodem van het dal, en daarachter zakt het landschap weg naar de vlakte, die in de nevel blauw is.
In alle rust loop ik naar hut Spano Pole, waar meerdere routes samenkomen en ik weer mensen tref. De lucht trekt dicht en er lijkt regen op komst, maar zolang die niet valt vind ik alles best.
Mijn route gaat verder over een ongemarkeerd pad. Ik ben blij met het lijntje op mijn horloge, dat ik van tevoren heb ingetekend. Ik kom niemand tegen. In de bossen ruikt het naar hars en vallen er druppels van de naalden: de regen is net voor mij uit gegaan. Dit zou een perfecte plek voor beren zijn, maar de koeien hebben het gebied al geclaimd. Vlaaien op het pad, en grasland dat eruitziet zoals overbegraasd land eruitziet. De zode is tot op de grond afgevreten, op de kale plekken staat wat het vee laat staan, de paden zijn als sleuven in de helling gesleten en rond de drinkplekken is de grond tot modder vertrapt. Verder is het doodstil en zie ik geen mens. Precies waarvoor ik zo veel kilometers loop.

Gerommel in de verte
Bij het Chairsko Ezero kom ik toch nog vier Bulgaarse wandelaars tegen, die verbaasd zijn mij hier aan te treffen. Hier loopt bijna nooit iemand. Ze wonen in Sofia en gaan de bergen in zodra ze de kans krijgen, en we zijn het erover eens dat dit het mooiste deel van het Pirin is, juist omdat er niemand komt.
Even verderop, op 2.430 meter, kijk ik uit over misschien wel het ruigste deel van het Pirin. Vier donkere meren liggen diep in een dal met steile flanken, daarboven staat een rij grijze rotstanden met een zwarte top erachter, en daar weer boven hangen de wolken. Dan hoor ik zwaar gerommel. Even denk ik aan onweer, maar het zwelt aan en komt ergens voor me vandaan. Een steenlawine. Ik kijk te laat om hem te zien. Ook in de Bulgaarse bergen is een mens nietig.
Wat omhoog gaat moet omlaag. Ruim duizend meter dalen over stenen, door gras en struiken en dan het bos in, naar hut Demjanica op 1.895 meter, prachtig gelegen langs een wildwaterbeek tussen enorme naaldbomen. De berghutten hier liggen schitterend, comfortabel zullen ze niet zijn. Ze zien er stuk voor stuk uit alsof ze in de jaren zestig zijn gebouwd en daarna nooit meer onderhoud hebben gehad. Wie van spartaans houdt, zit goed. Liever zou ik met mijn eigen tentje door deze bergen sjokken. Wie weet een volgende keer.
Negen uur na vertrek staat Mette me op te wachten aan de verharde weg tussen Bansko en Vihren. Dertig kilometer, 1.300 meter omhoog en 1.800 meter omlaag. Over smalle bos- en bergpaden is het heerlijk lopen, maar de laatste kilometers gingen over brede paden vol losse keien, en dat voel ik nu: mijn voeten branden.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Foto’s uit Bulgarije
Meer foto’s uit Bulgarije ›




Waar deze dag ligt
Te voet door Bulgarije, nu in Bulgarije. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering7. Beren die niet meer hoeven te dansen
Volgende aflevering ›9. Eten bij de MexicaanSpring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Eens per maand in je inbox
Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.
Zonder advertenties
Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen