Onze laatste week valt samen met de vervelendste gasten van de hele maand.
De rijke gasten
Een groep welgestelde mensen doet met hun eigen vliegtuigen een rondvlucht door Australië om geld in te zamelen voor The Flying Doctors. Ze drinken vanaf het middaguur, behandelen het personeel als bedienden en laten hun kamers en toiletten achter als een varkensstal, vol glazen en lege flessen. Achter de bar word ik zo hooghartig bejegend dat ik op een gegeven moment gewoon wegloop. Anna wijst me erop dat arrogantie vooral het probleem is van de arrogante; Ron merkt droog op dat deze mensen gevaarlijk zouden zijn als ze hersens hadden. Manager Bob vindt ze fantastisch, om de drankomzet. Wij houden op onze laatste dag de meeste toiletten op slot voor “reiniging”, zodat een groep van dertig tegelijk in de rij staat, wat het kamp voor even een grijns oplevert. Onder een kussen vind ik twee gouden oorbellen; die gaan niet terug.
Vier weken en dan weg
Ergens in deze dagen horen we dat Steve Irwin, de Crocodile Hunter, is omgekomen door een pijlstaartrog, nieuws dat zelfs dit afgelegen kamp bereikt. Ron en Sue besluiten er zelf ook mee te stoppen, want de organisatie maakt het hun onmogelijk. Wij hebben na vier weken zonder één vrije dag genoeg van vuile bedden, afwas en toiletten, en ik ben zo moe dat ik ’s avonds mijn pen niet meer kan vasthouden. Op onze laatste avond zijn er nog maar twee gasten; bij het kampvuur vertelt Sue met tranen hoe ze het hebben gewaardeerd dat we zo lang en zo hard hebben gewerkt, en dat ze het zonder ons niet hadden gered. Met Chris nemen we een laatste borrel, blij te horen dat ook hij de organisatie niets vindt.
’s Ochtends maakt Floor nog één keer haar “Dutch eggs”, en om half vier krijgen we onze enveloppen: drieduizend dollar cash voor drie weken. Zelfs de drankrekening van achtenzeventig dollar wordt niet kwijtgescholden, terwijl de bazen alles zo mogen pakken. We nemen afscheid van Ron en Sue, die flink huilt, en Chris rijdt ons naar de airstrip. Als we opstijgen, staat hij daar helemaal alleen naar ons te zwaaien. Via El Questro, waar we een paar mede-inzittenden afzetten, vliegen we terug naar Kununurra, met onder ons de langgerekte oranje strepen van de bushbranden.
Als we opstijgen, staat Chris helemaal alleen op de airstrip naar ons te zwaaien.
In deze serie: Australië
- 115. Het kamp: Ron, Sue en de supersmurfen
- 116. De marsparty onder de sterren
- 117. De rijke donateurs en het afscheid
- 118. Terug in Kununurra: nieuwe banden en een ticket naar Singapore
- 119. De Kimberley en werken in de Bungle Bungles
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.