Het kamp: Ron, Sue en de supersmurfen

Published: Updated: 0 comments

Na de derde dag vertelt niemand ons nog wat we moeten doen; alles loopt, en dan is iedereen tevreden. We werken met z’n drieën, Floor, Michael en ik, elk met eigen taken, en als het werk klaar is zoek ik het zelf op: de handgemaakte bedden repareren met ijzerdraad, want ze zakken allemaal door, of met de hogedrukspuit een four-wheel-drive bus schoonspuiten in de veertig graden. Volgens Ron en Sue zijn we de beste smurfen ooit en mogen we eigenlijk niet meer weg. Sue kan niet stil zitten zolang er ook maar iets te doen is, wat haar volledig overwerkt; ze belandt zelfs even in het ziekenhuis in Kununurra.

The kids

Ron en Sue, begin vijftig, hebben zelf nooit kinderen kunnen krijgen en noemen ons “the kids”, hun supersmurfen. Anna, zestig en aan het backpacken, hoort er ook bij, net als de stille Michael, en later Kay uit Taiwan en de Nederlander Arjen. De eigenaren Paul en Fran en locatiemanager Bob zien we minder graag: het is een hechte familieclub waar met twee maten wordt gemeten, waarin de bazen gratis drinken en in- en uitvliegen wanneer ze willen, terwijl het personeel voor een laag loon de lange dagen draait. Fran kan koken en bakt op een dag speciaal voor ons een cheesecake met verse aardbeien. Er wordt veel gelachen, wat met deze dagen ook moet, en omdat we onzin verkopen maar hard werken, vinden ze ons langzaam een beetje leip.

Het land om het kamp

Overdag is het te heet om in de kabine te liggen, dus we zoeken de schaduw op in de droge kreekbedding, tussen zand en kiezels, onder een ghost gum met witte bast. Raar, een boek lezen in een droge rivier, tot je bedenkt dat hier in de natte tijd drie meter water staat, dat in één dag kan komen opzetten. Voor de eucalyptus moet je oppassen, want door de ondiepe wortels en het uithollende termietenwerk laat de boom zonder waarschuwing dikke takken vallen. In de keuken zitten redback spiders onder de stoelen; je gaat er niet aan dood, maar wel goed ziek, met als enige voordeel een vlucht met de Flying Doctors. De grootste plaag zijn de corella’s, de witte vliegende ratten die ’s nachts krijsen tot je er gek van wordt, en die we niet uit de boom mogen kegelen omdat dit een nationaal park is.

De Bungles zelf zijn pas halverwege de jaren tachtig bij het grote publiek bekend geworden; van de vierenzestig kloven zijn er maar vijf open, de rest is heilig land waar de lokale stammen nog steeds op walkabout gaan. Vroeger hoorde dit bij Ord River Station, driehonderdzeventigduizend hectare, en nu zitten we aan de rand van de Tanami-woestijn die doorloopt tot Alice Springs. Afgelegener kom je met twee aangedreven wielen niet.

Ron en Sue, die zelf nooit kinderen kregen, noemen ons “the kids” en hun supersmurfen.

Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Waar deze dag ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook

Verder in de serie

Naar het reisoverzicht ›
Aflevering 112 van 157 · Roadtrip door Australië71% gelezen van de reeks
Spring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Eens per maand in je inbox

Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.

Zonder advertenties

Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter


Meer inspiratie