Als het net licht is, om zes uur, beginnen we aan de acht kilometer lange wandeling. Het gebied heeft veel weg van de Bungles: dezelfde bandvormige rotsformaties, waarvan ik dacht dat ze alleen dáár voorkwamen. Hier is het alleen groener en natter, met rietland en, op de windluwe plekken, de inmiddels vertrouwde Livistona-palmen tegen een rode rotswand. Tussen “The Beehives” door klimt het pad omhoog, en boven zien we een luchtspektakel van witte kaketoes en zwarte met rode onderstaartveren.
Walkabout country
De wandeling wordt onderbroken door hekken die het gebied afsluiten van Aboriginal-land, hier een plek van cultureel belang. Ik vind het lastig om helemaal goed te keuren dat hele gebieden gesloten zijn, ook al hebben we respect voor graven en heilige plekken. Waarschijnlijk is dit walkabout country: letterlijk rondstruinen, maar voor de Aboriginals betekent het meer, een tijdgebonden tocht om kennis van oud op jong over te dragen en van het land te leren.
Bij de Nganalam Art Site staat een natuurlijke brug vol rotskunst die vijfduizend jaar teruggaat. Twee grote menselijke figuren vallen op, en tot onze verbazing ook een soort Shiva met vier armen, wat zou kunnen kloppen, want de Aboriginals hadden al eeuwenlang contact met handelaren uit Azië. We slaan ons kamp op bij Gurrandalng, en ik struin een paar keer door rotsen en spinifex op zoek naar slangen en hagedissen, die zich zoals altijd niet laten zien.
Op de rotskunst van Nganalam, vijfduizend jaar oud, staat zelfs een figuur die op een vierarmige Shiva lijkt.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.