Darwin als uitvalsbasis: de eerste regen, de midges en de dolfijnen bij East Point

Published: Updated: 0 comments

Vannacht heeft het geregend, en niet zuinig. De auto is er schoner van geworden. Het is de eerste regen van het seizoen, wat betekent dat de build-up zijn belofte begint in te lossen en de natte tijd is begonnen. Overdag komt onvermijdelijk de zon terug. We beginnen bij de George Brown Darwin Botanic Gardens, die al sinds 1870 bestaan en waar de vegetatie dus ruim de tijd heeft gehad om weelderig te worden. Ze hebben hier driehonderd soorten palmen, wat je vooral doet concluderen dat een palmenbos best saai is, maar in het tropische deel wanen we ons tussen de lianen, de vochtigheid en de geur weer in de Maleisische jungle.

Na maanden vrijwel onafgebroken onderweg te zijn, merken we allebei dat we toe zijn aan rust. Reizen is vermoeiender dan je denkt; je blijft indrukken verwerken, en na de bush is Darwin een prettige plek om te acclimatiseren. We verlangen intussen ook allebei naar het ongecompliceerde Azië, waar je met gemak een hele dag op straat doorbrengt en het contact met mensen vanzelf gaat. Aan hartelijkheid ontbreekt het hier niet, want Australiërs zijn onveranderlijk behulpzaam en maken zo een praatje, maar dat blijft meestal bij het vluchtige. Een blijvende klik met gelijkgestemde reizigers is zeldzaam, omdat de mensen te oud, te jong of te snel weer weg zijn, en op dat punt is reizen hier best eenzaam. Het plan begint vorm te krijgen: 12 december naar Singapore, en de reis afsluiten in Cambodja.

Honderd jeukende bulten

Wie hier rondstruint, betaalt een prijs. Ik zit binnen een paar dagen onder de rode bulten met witte kop die jeuken als de pest: het werk van de midges, minuscule zandvliegen die in de moerassen en mangroven langs de kust broeden en waartegen mijn huid duidelijk in opstand komt. Elf in mijn nek, vijftien op elke hand, en doortellend kom ik zonder moeite boven de honderd. Ik kom er al snel achter dat alleen hitte de jeuk dempt, dus ik sta zo lang en zo heet mogelijk onder de douche, wat waarschijnlijk werkt omdat de warmte de jeukzenuwen kortstondig overbelast. In de bush achter de camping hoor ik op een middag geritsel, en tussen de luchtwortels zie ik een kop met schubben en een dik lijf: een slang, denk ik hoopvol, tot ik dichterbij durf en het een knetterdikke hagedis met piepkleine pootjes en een blauwe tong blijkt. Ook mooi, maar ik wil nou juist een keer een echte slang zien.

Elf in mijn nek, vijftien op elke hand, en doortellend kom ik zonder moeite boven de honderd.

Dolfijnen in de baai

Darwin ligt mooi aan een natuurlijke baai, en dat is te merken: er staat continu een verkoelende zeebries, waardoor het hier zeker vijf graden aangenamer is dan in Katherine of Kununurra. Aan het eind van de middag neem ik Floor mee naar East Point Reserve, met een pastasalade en een glas wijn, en kijken we uit over de tropisch blauwe zee terwijl de grote oranje bol er pal voor ons in zakt. Door het water glijden dolfijnen, en verderop zwemmen grote schildpadden waar ik het liefst met een snorkel achteraan zou gaan, ware het niet dat je dat met alle dodelijke beesten hier beter kunt laten. Het is trouwens bizar dat dezelfde zoutwaterkrokodil ook in Zuidoost-Azië voorkomt, waar niemand ons ooit heeft gewaarschuwd; waarschijnlijk omdat een gesignaleerde krokodil daar binnen het uur in een maaltijd is veranderd.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie