Wat is het stil op deze camping, stiller dan de bushcampings, en dit wordt een goede uitvalsbasis in Darwin. Vanaf de camping is het een paar honderd meter naar het strand, dat mooi en breed is, met tropisch ogende zee en warm water. Zwemmen wordt hier alleen afgeraden, want het is het seizoen van de box jellyfish, de kubuskwal, waarvan de steek dodelijk kan zijn. En alsof dat niet genoeg is, moet je ook oppassen voor haaien en krokodillen. Gelukkig heeft de vrijwel lege camping twee zwembaden om in af te koelen.
Omdat we moeten tanken, rijden we meteen een verkennend rondje door Darwin, waarmee we de getankte benzine direct weer verrijden. Wat opvalt is dat het vliegveld midden in de stad ligt, wat onhandig is omdat je er telkens omheen moet, maar de stad er ook overzichtelijk van maakt. De wegen zijn breed en groen, rijden gaat er gemakkelijk, en voor nog geen tachtigduizend inwoners is alles ruim opgezet, met de stadsdelen vooral langs de kust. Het CBD, het centrum, bestaat in wezen uit één strip met winkels, hotels en terrassen. Het leven speelt zich hier buiten af.
De zon bijna recht boven ons
Rond het middaguur is er op de camping bijna geen schaduw meer, en wat er is wijst nog naar het zuiden. Darwin ligt op zo’n twaalf graden zuiderbreedte, ruim binnen de keerkringen, en daar gaat de zon twee keer per jaar precies door het zenit, recht boven je hoofd. In de aanloop naar de midzomer van december klimt hij elke middag hoger, tot hij naar onze eigen berekening begin november op onze breedte loodrecht staat en er om twaalf uur even helemaal geen schaduw is. Nu is hij nog net iets noordelijker dan recht boven ons, en daarom valt het restje schaduw naar het zuiden, precies andersom als thuis in Nederland, waar de middagschaduw altijd naar het noorden wijst. Een bizar idee, zo’n zon in het zenit. In Azië is ons datzelfde fenomeen niet opgevallen, terwijl we het vlak bij de evenaar natuurlijk ook hadden; we letten er nu meer op, waarschijnlijk omdat we altijd buiten zijn.
Wat er aan schaduw is, wijst nog steeds naar het zuiden.
’s Avonds gaan we naar het strand van Lee Point, want vanaf hier zie je de zonsondergang mooi over de Timor Sea. Eerst zien we een fenomeen dat we nog nooit hebben gezien: overal lopen de schelpen, of eigenlijk de heremietkreeftjes erin, van ergens naar nergens. Het strand is ook bij de locals bekend om er de hond uit te laten of even uit te waaien. Boven de Timor Sea zakt de zon rood weg in de rook van de bushbranden die ergens branden, de enige verdienste van al dat vuur. De lucht kleurt paars en roze en dan wordt het donker.
In deze serie: Australië
- 145. Cahills Crossing: het getij, negen krokodillen en de grens met Arnhem Land
- 146. Kakadon’t: Mamukala’s miljoenen ganzen en de weg naar Darwin
- 147. Aankomst in Darwin: box jellyfish, wandelende schelpen en een stad rond het vliegveld
- 148. Darwin als uitvalsbasis: de eerste regen, de midges en de dolfijnen bij East Point
- 149. Douglas Hot Springs en een termietenheuvel in de radiator
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.