Kakadon’t: Mamukala’s miljoenen ganzen en de weg naar Darwin

Published: Updated: 0 comments

Om de dure gasbusjes te sparen koken we zoveel mogelijk op ons eigen kampvuur, ook ’s ochtends, om water te koken voor de oploskoffie. Reden om te blijven hebben we niet, want er valt hier weinig te doen behalve overdag de hitte overleven en ’s avonds de muggen. Het wordt merkbaar warmer en vochtiger; steeds vroeger op de dag pakt het bewolkt, al trekt het ’s avonds nog open. Overdag is het inmiddels 38 graden en alles plakt. Op weg naar elders stoppen we bij de Mamukala wetlands, die bijzonder zouden zijn.

Hoe bijzonder blijkt bij de wandeling langs de rand. De wetlands lopen door tot de horizon en de billabongs zijn afgeladen met vogels. Bruine en zwarte vlekken blijken door de verrekijker enorme aantallen magpie geese, die zich hier met tienduizenden hebben verzameld, met daartussen eenden in alle soorten. Egrets paraderen, pelikanen dobberen in groepjes rond terwijl andere hoog in de lucht oefenen, en whistling kites proberen een graantje mee te pikken. Krokodillen zien we niet, al is het oppervlak groot genoeg om ze overal te verbergen. Wel schrikken we een groep feral pigs op, drie oude en vijftien jonge, die de oever kapotwoelen ten koste van dieren die er willen drinken. Bij de bird hide, lekker koel maar ver van de vogels, komen we ze weer tegen: Adventure Tours, “to all the places where you can go yourself”. Wij vinden dat lui en dom, al kan het natuurlijk ook zijn dat wij onszelf net iets te avontuurlijk vinden.

Van Kakadon’t naar mango’s en barramundi

Dit was Kakadu voor ons, en eerlijk is eerlijk: het valt tegen. Er zijn maar een handvol mooie plekken bereikbaar, de campsites liggen op de lelijkste hoeken en de infrastructuur lijkt bewust minimaal gehouden. Meer zien kan alleen met een dure boottour, en dat willen we juist niet. Bovendien is het te druk, ook nu al, in het relatief rustige seizoen. Voor ons is het Kakadon’t, al hebben de krokodillen veel goedgemaakt. We zijn ervan overtuigd dat we rond Darwin nog tientallen minstens zo mooie wetlands tegenkomen.

Voor ons is het Kakadon’t, al hebben de krokodillen veel goedgemaakt.

We willen bij een billabong overnachten, tot dat daar niet meer mag en Floor opmerkt dat ze wel zin heeft in patat. Zullen we dan maar naar Darwin? Ik twijfel, want in Darwin moeten we op een caravanpark staan en ik vrees de luidruchtige backpackers, maar hier krijgen we vanavond te veel muggen en een bord patat klinkt niet slecht. De laatste tachtig kilometer naar Darwin valt op hoe groen het is: we passeren mango- en bananenplantages en het doet meer aan Maleisië denken dan aan Australië. Darwin begint als elke Australische stad, met kilometers winkels, autobedrijven en tankstations, breed uitgespreid voor nog geen tachtigduizend inwoners. Tenten mogen niet op het eerste caravanpark, maar we worden getipt over Lee Point Village Resort aan zee, vijftien kilometer buiten de stad. Veel schaduw, sappige gazons, ruimte en rust, voor 22 dollar. Bij de fish-’n-chips leggen we local barra, de barramundi, met patat weg, en voor het eerst sinds Alice hebben we weer wijn bij het eten.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie