
Uit het reisverslag van de grote reis, december 2006. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik: op de terugweg door Azië, na elf maanden Australië.
We hebben twee weken tussen Singapore en de jaarwisseling, en besluiten ze op Borneo door te brengen. Vanuit Kuala Lumpur vliegen we met AirAsia naar Kuching, de hoofdstad van Sarawak, en landen tegen de verwachting in op een spiksplinternieuw vliegveld in plaats van op een modderige strip. Het voelt goed om weer op ontdekkingsreis te zijn.
Kuching ligt aan de Sarawak-rivier, waar longboats als watertaxi’s overheen schieten. We nemen een houten rest house met krakende planken en uitzicht over de rode daken, voor 23 ringgit (ca. €5). De stad kwam de Tweede Wereldoorlog zonder bombardement door, dus de koloniale gebouwen staan er nog, een erfenis van de tijd dat de witte raja’s Sarawak als hun eigen koninkrijk bestuurden. Wat vooral opvalt is de mengeling: Chinezen, moslims en Indiërs eten op dezelfde plek, sluiten vriendschappen en trouwen met elkaar. Bij het visitor center kiezen we ons plan: de Batang Rejang stroomopwaarts, zo diep het binnenland in als in dertien dagen kan.

Stroomopwaarts, langs de boomstammen
De boot naar Sibu doet er vijf uur over. Zodra we van het open water de rivier op glijden, is het aan dek gezellig: Chinezen, Indiërs, Maleisiërs en mensen van de binnenlandse tribes door elkaar. Wat meteen opvalt zijn de stapels boomstammen op de oevers en de houtverwerkende bedrijven, die zonder uitzondering een Chinese naam dragen. Het water is bruin van het slib, en we passeren verarmde dorpen waar het afval rechtstreeks de rivier in gaat.
Sibu, het handelscentrum voor het achterland, ziet eruit alsof het ergens in China ligt: de bevolking is vrijwel volledig Chinees, afstammelingen van Foochow-kolonisten die het Brooke-bewind rond 1900 hierheen haalde. De stad voelt grimmiger dan Kuching, een werkstad die op handel en hout draait en geen toeristen gewend is, maar ’s avonds verandert een parkeerplaats binnen een uur in een drukke markt. Op het menu staat voor het eerst babi pangang: eten en bevolking beginnen naar Indonesië te kleuren.
Elke houtverwerkende fabriek langs de oever draagt een Chinese naam: de handel van de rivier is in vaste handen.
Van Sibu jaagt een speedboot ons in drie uur naar Kapit, een opgevoerde rondvaartboot waar de airco het zo koud maakt dat je met trui en sokken nog kleumt, terwijl op een schermpje de nieuwste James Bond draait. Binnen een half uur zien we ons eerste longhouse, een houten gebouw op palen van honderden meters lang. Kapit is alleen over water bereikbaar, en toch rijden er auto’s, allemaal aangevoerd over de rivier. Bij het overheidsgebouw halen we de vergunning die je nodig hebt om verder het binnenland in te reizen, een kwestie van een formulier en een paar stempels.

Naar de laatste handelspost
De boot naar Belaga is vol, dus we zitten op het dak, tussen de bagage, manden met levende kippen en stapels durian. Ik zit naast een oude Iban-man met een halstatoeage en grote gaten in zijn oren; we spreken elkaars taal niet en roken samen een sigaret, terwijl hij over elk longhouse dat we passeren zijn oordeel geeft, duim omhoog of omlaag. Het eerste stuk is schokkend: enorme oppervlakten zijn kaalgekapt. Maar bij de stroomversnellingen, waar de boot van links naar rechts kachelt om boomstammen en draaikolken te ontwijken, houdt de kaalkap ineens op. Erboven is de jungle weer dicht en groen, alleen onderbroken door de rijstveldjes van de bewoners. Na acht uur op het dak kom ik oververhit en uitgedroogd in Belaga aan, en pas na anderhalve liter water ben ik weer bij.
Belaga is geen toeristenplaats; er komen twee tot drie reizigers per dag. Op de rood-witte plastic stoelen aan het water raken we ’s avonds verzeild in een drankspel met ene Mr. Weng, die de volgende dag een lokale gangster blijkt. De plaats was altijd de handelspost voor de stroomopwaarts levende tribes, maar die kunnen Belaga door de enorme Bakun-dam verderop niet meer bereiken, dus verdient het stadje voorlopig aan de damarbeiders, en daarna aan niets meer.
Belaga was altijd de handelspost voor de bovenstroomse dorpen, maar de dam snijdt de rivier af en daarmee de reden van bestaan.
Een man die zich als Daniël voorstelt biedt toertjes aan, maar wij willen liever een tijd meedraaien en zien hoe de mensen hier echt leven. We draaien zijn aanbod om en sluiten een deal: vier dagen en drie nachten in het longhouse van zijn familie, waar morgen een bruiloft is, voor 600 ringgit (ca. €130), de invulling aan hem, als we maar mogen leven zoals de bewoners leven.
Praktische informatie
Route en tijd. Kuala Lumpur – Kuching – Sibu – Kapit – Belaga, 14 t/m 20 december 2006.
De rivier op. Vanuit Kuching vaart een expresboot in ongeveer vijf uur naar Sibu; van Sibu een speedboot in drie uur naar Kapit (alleen over water bereikbaar); van Kapit in acht uur naar Belaga. Op het dak zitten mag, maar bescherm je tegen zon en uitdroging.
Vergunning. Voor reizen stroomopwaarts van Kapit is een gratis vergunning nodig, aan te vragen bij het overheidsgebouw in Kapit (paspoort meenemen).
Slapen. Eenvoudige kamers in Sibu (ca. 35 RM), Kapit (ca. 40 RM) en Belaga (ca. 20 RM). Neem een klamboe mee.
Binnenland. Meeleven in een longhouse gaat via lokale gidsen; spreek vooraf af dat je wilt meedraaien, niet alleen bezichtigen.
Plan je reis
- Overnachten in Maleisië: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Maleisië: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in en rond Kuching, Maleisië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Maleisië
Meer foto’s uit Maleisië ›


Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Maleisië ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Maleisië ›
Met de junglespoorlijn dwars door Maleisië naar Kelantan10 januari 2007
Een Kayan-bruiloft en de Bakun-dam21 december 2006
Borneo: een longhouse, koppensnellers en verdwijnende jungle20 december 2006Plan je eigen reis door Maleisië
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.