Fietsen in Senegambia: Safari met smalltalk

0 comments

De route vanuit Bansang begint veelbelovend met dichte bossen en een zeldzame stilte, maar de logistiek van de overleving is ook hier pijnlijk zichtbaar. Langs de weg liggen overal stapels brandhout en houtskool, die met ezelkarren worden afgevoerd. Wat in Senegal incidenteel leek, is in Gambia een structurele industrie; voor de lokale bevolking is het kappen van bos vaak de enige bron van inkomsten. Het resultaat is een landschap dat in hoog tempo kaler wordt.

De grens van Senegambia

Hoewel de term ‘Senegambia’ een historische eenheid suggereert, ervaren wij op de fiets vooral de verschillen. Gambia oogt armer, de infrastructuur is vervallen en afvalbeheer is afwezig. Het ritme van de weg wordt bepaald door de constante aanwezigheid van checkpoints. Politie en militairen controleren elk gemotoriseerd voertuig op drugs en smokkelwaar. Als fietser volstaat een vriendelijke zwaai om de barrière te passeren; we vallen buiten de standaard controleprotocollen.

De oversteek naar Kuntaur vereist een bezoek aan Janjanbureh-eiland. Ondanks de status als toeristisch hoogtepunt in de gidsen, ervaren wij vooral de drukte van de oever. “Pushers” proberen ons met valse informatie over de veerboot in hun eigen gammele bootjes te dwingen. Onze beproefde tactiek — handen schudden, rustig blijven en oprechte interesse tonen — haalt de angel uit de situatie. De agressieve verkoop verandert in een vriendelijk gesprek en de prijs voor de overtocht daalt spontaan naar het lokale tarief van 25 dalasi. De fietsen gaan op het dak, wij krijgen een zwemvest en delen de krappe ruimte met een overvloed aan passagiers.

Inspiratie op twee wielen

Tijdens een korte stop langs de weg volgt een ontmoeting die de impact van onze reis onderstreept. Een motorrijder stopt om te informeren of we hulp nodig hebben. Wanneer hij beseft dat we per fiets landen doorkruisen, slaat zijn verbazing om in inspiratie. Hij wil ter plekke ook fietser worden. Ik laat hem een testritje maken op mijn fiets; met zijn motorhelm nog op rijdt hij een onbeholpen maar enthousiast rondje. Het is een kort moment van wederzijds onbegrip dat eindigt in wederzijds respect.

De laatste kilometers naar Kuntaur worden we geëscorteerd door schoolkinderen. Hun dag is dubbel gepland: na de ochtendlessen in Engels en wiskunde volgt in de middag de koranschool. Het is de dagelijkse realiteit in een regio waar religie en onderwijs onlosmakelijk verbonden zijn.

Chimpansees en administratieve frictie

Kuntaur zelf is een rommelig dorp, maar de lodge aan de rivier is een strategische uitvalsbasis voor het River Gambia National Park. Dit reservaat, bestaande uit beboste eilanden, is een van de weinige plekken waar nijlpaarden en chimpansees in het wild voorkomen. We gaan het water op en de beloning is direct: een glimp van een nijlpaard en, voor het eerst in mijn leven, een groep wilde chimpansees aan de waterkant.

De magie van het moment wordt echter abrupt onderbroken door de Gambiaanse logistiek. Precies wanneer de chimpansees in beeld zijn, stapt de ranger aan boord. Niet om informatie te geven, maar om de park fee te innen en een eindeloze stroom smalltalk op gang te brengen. Terwijl de vragen over onze herkomst en onze mening over Gambia over de rivier tetteren, verdwijnen de primaten in het gebladerte. De ranger is tevreden met zijn administratie, de chimpansee is weg. Het is de essentie van Gambia: zelfs in de diepste wildernis ontsnap je niet aan de menselijke factor en de sociale verplichtingen.

You may also like

Laat een bericht achter