China beslaat ongeveer 9,6 miljoen vierkante kilometer en strekt zich uit van de woestijnen en hooggebergten in het westen tot de dichtbevolkte kustvlakten aan de Stille Oceaan. Tussen die uitersten liggen de Gobi, het Tibetaans hoogplateau, de loop van de Gele Rivier en de Jangtsekiang, en in het zuiden de kalkstenen karstpieken van Guangxi. Ondanks die spreiding over vijf tijdzones hanteert het hele land één officiële klok, de Pekingtijd. In het verre westen betekent dat dat de zon pas ver na het officiële ochtenduur opkomt.

Bevolking en volken
Met ongeveer 1,4 miljard inwoners is China sinds 2023 niet langer het volkrijkste land ter wereld; India nam die positie over, en de Chinese bevolking krimpt inmiddels door lage geboortecijfers. Ruim 91 procent van de inwoners is Han-Chinees. De overige bijna negen procent verdeelt zich over de 55 officieel erkende minderheden, samen 56 minzu (volken).
Die minderheden wonen vooral aan de randen van het land, en juist daar loopt de overlandroute doorheen. In Hohhot en Binnen-Mongolië leven Mongolen, in Ningxia en rond Xining de islamitische Hui, in het Tibetaanse Amdo (de provincies Qinghai en Gansu) Tibetanen, in Yunnan de Bai en talloze kleinere groepen, en in Guangxi de Zhuang, de grootste minderheid van het land. Het standaard-Mandarijn (Putonghua) is de voertaal, maar in het zuiden en aan de grenzen klinken Kantonees, Tibetaans en tientallen andere talen. Het schrift bindt die talen niet, want de meeste minderheidstalen kennen een eigen schrijfwijze.
Geloof en geschiedenis

Officieel is de Volksrepubliek een atheïstische staat, maar in de praktijk leven boeddhisme, taoisme, islam, volksgeloof en christendom naast elkaar. Voor de reiziger is dat zichtbaar in het Tibetaans boeddhisme van het Labrang-klooster bij Xiahe, in de moskeeën en halal-eetcultuur van de Hui, en in de wierook bij lokale tempels.
De geschiedenis reikt over duizenden jaren van opeenvolgende dynastieën, met de Zijderoute door de Gansu-corridor als een van de oudste verbindingen tussen China en het westen. Het keizerrijk viel in 1911, waarna een onrustige republiek volgde. In 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek uit. De decennia daarna brachten de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie, met grote ontwrichting. Vanaf de hervormingen onder Deng Xiaoping in 1978 volgde een economische groei die het land in één generatie veranderde. Wie door China reist, ziet die snelheid terug in de bouwkranen, de hogesnelheidslijnen en de nieuwe spoorlijn naar Lhasa.
Waarom China voor deze route
De aantrekkingskracht van een overlandreis door China zit in de overgangen. Binnen enkele weken schuift het landschap van zandduinen en oases via het kale Tibetaans hoogplateau naar de subtropische rijstvelden van Yunnan en de karstbergen van Yangshuo. Met elke etappe verandert niet alleen het reliëf, maar ook de taal op straat, het eten op tafel en het geloof in de tempels. Het is een land dat zich niet in één beeld laat vangen, en juist die verscheidenheid maakt de route de moeite waard.
Wie op één dag van een Tibetaans klooster naar een hardsleeper-trein vol Han-reizigers stapt, begrijpt sneller dan welk cijfer ook hoe rekbaar het begrip “China” is.