China telt ongeveer 1,4 miljard inwoners, van wie ruim 91 procent tot de Han-Chinezen behoort. De overige bijna negen procent verdeelt zich over de 55 officieel erkende minderheden. In absolute aantallen is die minderheid groot, ongeveer 125 miljoen mensen, maar ze is sterk geconcentreerd aan de randen van het land: in het westen, het zuidwesten en het noorden. Juist door die randgebieden loopt een overlandroute, waardoor de reiziger meer minderheden tegenkomt dan het landelijke gemiddelde doet vermoeden.
Han aan de rand

De spreiding van de Han is geen toeval. Sinds de jaren vijftig stuurt de staat Han-migranten naar de grensprovincies, deels via werk in industrie, mijnbouw en bestuur, deels via militair-agrarische organisaties. Het gevolg is zichtbaar in steden als Xining en Golmud, waar de nieuwe wijken, kantoren en stations vrijwel volledig Han zijn, terwijl het ommeland Tibetaans of Hui blijft. De verhouding tussen stad en platteland valt zo vaak samen met de verhouding tussen Han en minderheid.

Die dynamiek versnelt door de aanleg van infrastructuur. De spoorlijn naar Lhasa, geopend in 2006, en het netwerk van snelwegen brengen niet alleen toeristen maar ook handel en arbeidsmigranten naar gebieden die voorheen moeilijk bereikbaar waren. Voor de lokale bevolking betekent dat werk en goederen, maar ook concurrentie en een snel veranderend straatbeeld.
Taal en het label minderheid
Het standaard-Mandarijn (Putonghua) is de voertaal in onderwijs, bestuur en media. Veel minderheden spreken thuis een eigen taal, van het Tibetaans tot de Tai-talen van de Zhuang, maar leren op school Mandarijn. Tweetaligheid is daardoor de norm in de grensregio’s, en de jongere generatie schuift merkbaar richting het Mandarijn. Op straat is dat hoorbaar: ouderen praten in de eigen taal, jongeren wisselen moeiteloos over.
De staat hanteert het begrip minzu, het volk of de nationaliteit, om de 56 groepen te ordenen. Die indeling stamt uit een classificatieproject van de jaren vijftig, waarbij honderden zelfbenoemde groepen werden samengevoegd tot een hanteerbaar aantal. Dat verklaart waarom een categorie als de Zhuang, met ruim zeventien miljoen mensen de grootste minderheid, in werkelijkheid een verzameling lokale identiteiten omvat die niet altijd één taal of gewoonte delen.
Wat de reiziger ziet

Voor wie door het westen en zuidwesten reist, is de etnische kaart geen abstractie. In Ningxia en rond Xining wonen de islamitische Hui, herkenbaar aan de witte gebedsmutsen en de halal-keuken. In het Tibetaanse Amdo dragen herders nog de lange schapenvachtjas, en draaien gebedsmolens bij de kloosters. In Yunnan en Guangxi wonen Bai, Zhuang en tientallen kleinere groepen, vaak in dorpen die zich op het toerisme hebben ingericht. De grens tussen authentiek dagelijks leven en cultuur als bezienswaardigheid is daar soms dun.
De scheidslijn tussen Han en minderheid loopt zelden door een grens op de kaart, maar dwars door één straat: een glanzend nieuw station aan de ene kant, een markt in een andere taal aan de overkant.
Plan je reis
- Overnachten in China: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in China: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in China: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Verder in de reisgids China
Alle gidsartikelen ›Introductie en plaatsen
Achtergrond
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.