Op het dak naar Belaga

Published: Updated: 0 comments

De boot is vol, dus we zitten op het dak, tussen de bagage, manden met levende kippen, stapels durian en een handvol andere reizigers. Onbeschut, maar met goed zicht. Ik zit naast een oude Iban-man met een tatoeage in zijn hals en grote gaten in zijn oren; we spreken elkaars taal niet en roken samen een sigaret. Het eerste stuk is schokkend: enorme oppervlakten zijn kaalgekapt, overal ligt hout te wachten op afvoer. De oude man schudt zijn hoofd en heeft een duidelijke mening over elk longhouse dat we passeren, duim omhoog of omlaag. Bij de kleine dorpen wordt de boot tegen de modderige oever gevaren en loopt het halve dorp uit, want wie thuiskomt heeft aan de bagage te zien voor de hele gemeenschap ingekocht.

De stroomversnellingen zijn de grens van de houtkap: erboven is de jungle plotseling weer dicht en groen.

Boven de stroomversnellingen

Bij de stroomversnellingen kachelt de boot gevaarlijk van links naar rechts, ontwijkt boomstammen en draaikolken, en komt er dan net doorheen waar de kleine longboats moeten omkeren. Boven de versnellingen houdt de kaalkap op, alsof het wilde water de houtkap tegenhoudt: de jungle is hier dicht en groen in alle tinten, alleen onderbroken door de rijstveldjes van de bewoners, met hier en daar een boom vol rode bloemen die half over het water hangt. De rivier slingert door bergachtig land, en langs de oever staan longhouses van soms vijfhonderd meter, altijd van hout, altijd op palen. Bij elk gehucht worden meer durians aan boord gehesen en afgerekend, en midden op de rivier ligt soms een longboat te wachten om nog een passagier over te dragen; als er een speedboot langsscheert en tussen de boten een envelopje wordt aangereikt dat we niet kunnen thuisbrengen, kijken we maar een andere kant op. Blanken worden hier weinig gezien, er wordt naar ons gezwaaid, en de oude Iban-man stapt met zijn kippen uit bij een longhouse dat helemaal alleen aan de rivier ligt. Als de zon doorbreekt is het op het dak niet meer te harden en verbranden we langzaam; Floor schuift verstandig naar binnen, ik blijf zitten. Na acht uur kom ik oververhit en met een vochttekort in Belaga aan, zo vaag als een tientje, en pas na anderhalve liter water ben ik weer redelijk bij.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Waar deze dag ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie