We worden om half zeven opgehaald, en het spijt me dat ik Toa niet meer zie om afscheid te nemen. De boot naar het vasteland is dit keer groot en stabiel, zodat Floor geen last heeft van zeeziekte, maar het weer blijft slecht. Via Surat Thani reizen we georganiseerd verder, wat ons nu even niet uitmaakt, want we willen weg uit Thailand. Het wordt een tocht van tien en een half uur met vijf verschillende vervoermiddelen, terwijl het blijft regenen en grote delen van het land onder water staan: de palmolie- en rubberplantages staan helemaal blank.
De palmolie- en rubberplantages staan tot aan de weg helemaal blank.
De interessantste plek van Thailand
Geradbraakt komen we aan in Hat Yai, waar we onze vochtige, beschimmelde kleren laten wassen en na een koude douche weer opknappen. Op straat krijgen we meteen energie: het straatbeeld is een mengeling van Chinees, Thais en islamitisch, en het is de interessantste plek die we in Thailand hebben gezien, vlak bij de Maleisische grens. Lang blijven we niet; we kopen kaartjes voor de minibus naar Georgetown, op het Maleisische eiland Penang in de Straat van Malakka, en hebben er zin in.