Home AziëThailandEen strandvakantie zonder strand: Bangkok, Ko Tao en Ko Phangan

Een strandvakantie zonder strand: Bangkok, Ko Tao en Ko Phangan

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Glazen wolkenkrabbers en een elevated highway in het stadscentrum van Bangkok, Thailand
Thailand, Bangkok – We liften mee terug naar Bangkok

Uit het reisverslag van de grote reis over land, najaar 2005. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik.

Bij dezen onze excuses aan iedereen die we jaloers hebben gemaakt met verhalen over tropische eilanden, kristalheldere zeeën, koraal en bruin worden. In Thailand hebben we dat allemaal niet aangetroffen. Van de 28 dagen die we hier doorbrengen, is er precies één zonder regen. De rest is nat tot extreem nat, en we worden in dit zogenaamd tropische land eerder witter dan bruiner. Foto’s van de laatste drie weken: nul.

Bangkok is voor ons vooral een stad om dingen te regelen: nieuwe kleren, tandarts, kapper, onderhoud. Veel zien we er niet van, en op een gegeven moment zijn we het er zat, te veel vervuiling en te veel westerlingen. We hebben in maanden geen dag ziek geweest, maar hier pakken we allebei een lichte griep, en besluiten meteen te vertrekken: na de jungle willen we nu het tropische eilandleven, duiken en op het strand liggen. Op naar Ko Tao aan de oostkust, dat de beste en goedkoopste duikstek van Thailand zou zijn.

De boot en de regen

Van Bangkok gaat een verrassend luxe bus naar Chumphon (ontbijt en lunch inbegrepen, al vervoeren de chauffeurs hun passagiers het liefst in bevroren toestand), en van daar de nachtboot, een kleine vrachtboot waar iedereen naast elkaar ligt. De zee is zwaar: deining, golfslag, noodweer, en bijna iedereen wordt beroerd. Behalve de dikke oude westerling die in zijn onderbroek naast me ligt met “zijn” jonge Thaise gezelschap, wiens hand op nogal vriendschappelijke plekken belandt, en wiens lijf op een gegeven moment in omgekeerde richting begint te werken.

Ko Tao valt zwaar tegen: aankomst in de regen, geen strand, zicht in het water bijna nul, en een eiland van duikinstructeurs die zichzelf te gaaf vinden en verder de hele dag films en voetbal kijken. Omdat er toch niet te duiken valt, gaan we door naar Ko Phangan, het feesteiland met naar verluidt de mooiste stranden. De overtocht is zwaar voor Floor, die vecht om het scheepsrecord overgeven niet te verbreken, tot groot vermaak van de bemanning: farang, pukie pukie, en de kotszakjes vliegen als pepernoten in het rond.

Op Ko Phangan schijnt zelfs even de zon, dus we gaan naar Haad Rin voor een feestje, waar vervolgens helemaal niets gebeurt.

We verkassen naar een rustige baai in het noordwesten, OK Bungalows, waar Big Mama de scepter zwaait en je verplicht wordt je thuis te voelen. Een eigen hut op een strand dat over een paar dagen vast mooi wordt. Dan beginnen de problemen pas echt: het gaat regenen en de zon laat zich tien dagen niet meer zien. Twee periodes van 48 uur apocalyptische regen, met donder en bliksem die overal inslaat. Het weinige strand spoelt weg, de zee wordt een bruine massa. Het blijkt het slechtste weer in veertig jaar: overstromingen, weggespoelde bungalows, gestrande mensen, afgesloten wegen. Wij zitten relatief goed, en laten ons er niet van weerhouden drie feestjes te bouwen, waaronder een eigen “Monsoon Party” met een groot vuur van het aangespoelde wrakhout, dansend in de regen tot we het helemaal gehad hebben met het weer.

Ons beeld van Thailand

Omdat ons visum afloopt, vertrekken we op 3 december richting Maleisië, teleurgesteld over het weer. Maar het is niet alleen het weer. Thailand is ons te makkelijk en te toeristisch: je kunt er nauwelijks avontuurlijk reizen omdat alles is dichtgeorganiseerd, en overal lopen zoveel westerlingen rond dat echt contact lastig wordt. Na zes maanden in weinig toeristische gebieden is dat een schok. Aan de andere kant was het, precies een half jaar onderweg, misschien ook wel goed om tien dagen niets te hoeven. Nu zitten we in Maleisië, en het avontuur voelt meteen weer begonnen: twee dagen zon en een blauwe lucht.

Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Praktische informatie

Route en tijd. Bangkok – Chumphon – Ko Tao – Ko Phangan – (grens naar Maleisië, Georgetown), 16 november t/m 6 december 2005.

Seizoen. Aan de Golf van Thailand (oostkust, Ko Tao/Ko Phangan) valt de regen vooral in november–december; het kan wekenlang doorregenen. Voor zon en duiken is de timing hier cruciaal: geen goed weer, geen eilandplezier.

Duiken en eilanden. Ko Tao is de goedkope duikstek, Ko Phangan het feesteiland (Full/Half/Dark Moon Party bij Haad Rin). Bij slecht weer is het zicht onder water slecht en zijn de stranden weggeslagen. Reken op zeeziekte op de veerboten.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Waar dit verhaal ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Zonder advertenties

Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter


Meer inspiratie