Home Midden-OostenIranMashhad: een visum ophalen en blijven hangen in het heiligdom

Mashhad: een visum ophalen en blijven hangen in het heiligdom

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Iran, Mashhad: het verlichte Imam Reza-heiligdom in de avond
Iran, Mashhad: het verlichte Imam Reza-heiligdom in de avondAlle foto’s uit Iran ›

Het busstation van Kashmar ligt langs mijn route. Er resteren nog tweehonderdvijftig kilometer naar Mashhad, de weg wordt met de kilometer drukker, en het mooiste van deze route heb ik gehad. Ik zou me erdoorheen kunnen vechten en dan in de stad aankomen met precies te weinig tijd voor wat ik er moet doen. Het fietsen om het fietsen was ooit een principe van me, maar dat heb ik onderweg laten varen.

Ik vind het zonde om mijn tijd te verspillen op drukke wegen, en dus stap ik zonder een seconde spijt op de bus.

Een bus nemen is in Iran geen gedoe. Bij een van de loketten heb je binnen een paar minuten een kaartje, de fiets kost niets extra en verdwijnt in het ruim, en op het station is genoeg te eten en te drinken.

Voor een slaapplek zit ik goed. Op mijn vorige reis door Iran was ik in Shiraz te gast bij een jonge man met wie ik sindsdien via Instagram contact houd. Hij had me graag opnieuw in Shiraz gehad, maar dat past niet in de route, dus brengt hij me in contact met een goede vriendin van hem hier. Zo kom ik terecht bij haar, haar man en hun twee kinderen in een appartement in het noordwesten van de stad, vlak bij de drukke Khayyam Boulevard.

Mashhad is de tweede stad van Iran en een van de belangrijkste spirituele centra van de sjiitische wereld, en juist daarom had ik iets streng verwacht: een plek waar ik met blond haar en blauwe ogen de aandacht zou trekken die ik liever niet heb. In de veertig kilometer die ik deze dagen door de stad fiets, valt me het tegendeel op. De boulevards, de winkelstraten en vooral de mensen zijn moderner dan ik had gedacht. De twee gezichten van Iran komen ook hier weer samen.

Een visum en een gebroken scherm

Iran, Mashhad: telefoonwinkel bij het heiligdom

Het belangrijkste eerst. ’s Ochtends lever ik mijn paspoort in bij het Turkmeense consulaat en ’s middags kan ik het ophalen, met een transitvisum voor vijf dagen erin, geldig vanaf donderdag. Na weken onzekerheid is het bijna een anticlimax. Mijn aanvraag is drie keer geweigerd, maar zodra de consul in Brussel een uitnodigingsbrief had opgesteld, bleek de rest een formaliteit. Dat het uitgerekend hier kan is geen toeval: Mashhad ligt op tweehonderd kilometer van de Turkmeense grens en is daarmee voor wie over land verder oostwaarts wil de laatste plek waar zo’n stempel te halen valt.

Dan mijn telefoon, met een gebarsten scherm. Ik loop door een winkelstraat vol telefoonzaken en overweeg serieus een nieuwe, tot ik de prijzen zie: voor het eenvoudigste toestel ben ik hier omgerekend zeshonderd euro kwijt, geen cent goedkoper dan thuis. Dus lever ik hem ’s ochtends in bij een klein reparatiewinkeltje, waarna de grootste uitdaging van de dag is om dat winkeltje ’s middags terug te vinden.

Onderweg door de stad kom ik nog zo’n modern gezicht tegen: een fotostudio waar de eigenaar de heerlijkste kitsch produceert, met wolkenluchten en rozen als achtergrond. Van het strenge, conservatieve beeld dat ik van deze stad had, blijft weinig over, en dat bevalt me uitstekend.

Het heiligdom van Imam Reza

’s Middags loop ik naar het heiligdom, en dat is van een andere orde. De stad is er letterlijk omheen gegroeid: Mashhad betekent plaats van martelaarschap, en dat martelaarschap ligt in de tombe waar het hele centrum naar afloopt. Vanaf de laatste straten is het complex een muur van tegelwerk. Erachter openen zich weidse marmeren pleinen, omzoomd door betegelde arcades en machtige moskeeën, en boven de tombe rijzen een gouden koepel en gouden minaretten op. Je loopt van het ene plein het volgende op en komt ogen tekort.

Het heiligdom van Imam Reza in Mashhad met twee minaretten bij avondschemering

Na Mekka is dit de belangrijkste bedevaartsplaats voor moslims, met jaarlijks meer dan zesentwintig miljoen pelgrims. Wat dat betekent, zie je aan de randen: gratis elektrische pendelbusjes, een leger schoonmakers, en pelgrims die eten en drinken krijgen aangereikt. De stichting die het heiligdom beheert behoort tot de grootste vermogens van Iran, met vastgoed, bedrijven en landbouwgrond, en dat geld is hier terug te zien in de staat van elke tegel. Bij de ingang staat een muurschildering van de geestelijk leider naast die van de beheerder van het heiligdom, met daaronder de portretten van gesneuvelde soldaten.

Iran, Mashhad: pelgrims steken het plein over naar de gouden iwan van het Imam Reza-heiligdom

Het is ramadan, en daar komt de rust op die enorme pleinen misschien deels vandaan. Er stromen voortdurend mensen langs, en toch is het er stil. Dat ik de enige ben die hier duidelijk niet thuishoort, blijft niet lang onopgemerkt: ik word aangesproken door een journaliste die me wil interviewen. Ik vertel haar dat ik wil begrijpen hoe mensen hier in het leven staan, en dat ik gegrepen ben door wat deze plek voor hen betekent. Een paar uur later blijk ik op de landelijke radio te zijn geweest, als de Nederlander die op de fiets door de woestijn naar hun heilige stad is gekomen.

Ik had gevreesd dat ik in deze heilige stad zwaar uit de toon zou vallen, en in plaats daarvan sta ik als enige buitenlander tussen de pelgrims op de landelijke radio.

Mijn camera mag niet mee naar binnen, dus alles gaat met de zojuist gerepareerde telefoon. Het is de enige plek waar ik daar blij mee ben, want het dwingt me om vooral te kijken. Ik blijf de hele middag hangen en weet dan al dat ik morgen terugkom.

Een dag tussen de pelgrims

Iran, Mashhad: menigte pelgrims bij de graftombe in het Imam Reza-heiligdom

De volgende dag ben ik er van ’s ochtends tot diep in de avond. Over de pleinen liggen grote rode Perzische kleden uitgerold, en daarop ligt en zit iedereen: mensen lezen in hun Koran, rusten, praten zacht, kinderen rennen ertussendoor. Binnen het complex dragen vrouwen een zwarte chador, wat de pleinen tot een zee van zwart maakt, waarboven alleen de kleurige hoofddoekjes van kinderen uitsteken.

Ook nu ben ik de enige die er zichtbaar niet hoort, en ook nu levert dat uitsluitend warme reacties op. Ik krijg net als iedereen te eten en te drinken en breng uren door op een van de binnenplaatsen. Het ene gesprek rolt in het andere, ik word uitgenodigd in de studieruimte, en meer dan eens bedankt iemand me voor het feit dat ik naar Iran ben gekomen. Soms wordt gevraagd of ik moslim ben; als ik dat ontken maar zeg dat ik oprecht geïnteresseerd ben, volgt steevast een glimlach. Of ze me nu voor een medegelovige, een bekeerling of een toerist houden weet ik niet, en het lijkt er ook niet toe te doen. Ik stel me respectvol op, en zo word ik ook behandeld.

Dat ik me later gewoon laat meevoeren met de stroom tot vlak bij de tombe zelf, het hart van het heiligdom waar een niet-moslim overduidelijk niets te zoeken heeft, voelt op dat moment als de meest logische stap van de dag. Pas een week later, ploeterend tegen de wind in door de Turkmeense woestijn, ga ik me half serieus afvragen of ik daarmee iets over mezelf heb afgeroepen.

Het mooiste komt met de avond. Naarmate de zon zakt loopt het complex vol tot er tienduizenden mensen op de kleden zitten. De verlichting gaat aan, de gouden koepel begint te gloeien tegen de blauwe schemerlucht, en er wordt massaal gebeden, met muziek en gezang. Het heeft iets van een groot festival, gemoedelijk en druk, en tegelijk hangt er een emotie die je bijna kunt aanraken. Als het voorbij is, lopen mensen diep geroerd en soms in tranen naar huis.

De bus naar de grens

Op mijn laatste ochtend rijd ik nog één keer dwars door de stad, onder het heiligdom door, naar de Zijderoute-terminal in het zuidoosten. Op een muur onderweg staat een gouden koepel geschilderd, pal naast de Iraanse vlag in groen, wit en rood. Een beter afscheid had ik niet kunnen bedenken.

Iran: muurschildering met de Iraanse vlag en de gouden koepel

Aan de manier waarop mijn fiets het busruim in wordt gehesen, zie ik dat dat hier niet vaak gebeurt. De laatste tweehonderd kilometer naar de grens laat ik me rijden; die tijd heb ik niet meer.

Tegen de avond sta ik in Sarakhs, op een kilometer van Turkmenistan. Daarachter liggen ruim vijfhonderd kilometer vlakke woestijn die ik in vijf dagen moet overbruggen, in een land waar mijn pinpas niets waard is en waar mijn Iraanse biljetten volgens iedereen nauwelijks te wisselen zullen zijn. Voor vanavond laat ik dat rusten. Wat de mensen op die kleden lieten zien heb ik nog niet verwerkt, en ik vermoed dat ik daar de woestijn voor nodig heb.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Praktische informatie

Het heiligdom bezoeken: het complex is gratis toegankelijk, ook voor niet-moslims, met uitzondering van het binnenste gedeelte rond de tombe. Vrouwen dragen binnen het complex een chador, die bij de ingang te leen is. Professionele camera’s mogen niet mee naar binnen, telefoons wel. Er zijn balies waar Engelstalige gidsen je rondleiden. Neem er een halve dag voor en kom terug voor de avond, want dan gebeurt het.

Respect en gedrag: ik ben nergens weggestuurd, ook niet toen ik veel dichter bij de tombe kwam dan de bedoeling was, maar dat zegt meer over de gastvrijheid van de pelgrims dan over de regels. Wie zich respectvol opstelt en zich laat uitleggen wat er gebeurt, wordt hier met open armen ontvangen.

Het Turkmeense transitvisum: het consulaat in Mashhad geeft het transitvisum af, in mijn geval binnen één dag. Dat lukte alleen met een uitnodigingsbrief die ik vooraf bij het consulaat in Brussel regelde; zonder die brief is de kans op weigering groot, en mijn aanvraag werd drie keer afgewezen. Inmiddels schrijft de Turkmeense ambassade in Brussel dat de transitaanvraag dezelfde weg volgt als het toeristenvisum, met een uitnodiging die een geaccrediteerd reisbureau in Turkmenistan bij de migratiedienst voor je aanvraagt. De ambassade in Londen beschrijft nog de oude procedure, dus vraag het na bij de post waar je aanvraagt. Je hebt een visum voor het volgende land nodig en geeft een reisplan met vaste in- en uitreisgrens op. Dit gold in 2018; controleer de actuele procedure voor je erop plant. Dat geldt ook voor de reis zelf: het reisadvies van Buitenlandse Zaken voor Iran staat sinds juli 2026 op rood, niet reizen, wat je situatie ook is.

Bus met fiets: je koopt aan het loket een kaartje voor de eerstvolgende bus, betaalt niets extra voor de fiets en die gaat in het ruim. Naar de grens vertrekken de bussen vanaf de Zijderoute-terminal in het zuidoosten van de stad. Reken op wachttijd tot de bus vol is.

Slapen: Booking.com werkt in Iran niet en buitenlandse pinpassen doen het er evenmin, dus je zoekt adressen via Google Maps of via mensen, en je betaalt contant. In Sarakhs, een kilometer van de grens, zit het Doosti-hotel, praktisch als je de volgende ochtend vroeg de grens over wil.

Ramadan: eind mei viel midden in de ramadan. Overdag is het rustig in het heiligdom en zijn veel eetgelegenheden dicht; na zonsondergang loopt de stad vol.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Iran ›

Waar dit verhaal ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie