
Voor ik weg kan uit Kermanshah moet er eerst nog een uitgebreide fotosessie komen. De familie waar ik heb geslapen laat me niet gaan zonder een portret op de bank en een reeks reclamefoto’s voor hun ijssalon, waar ze de kost mee verdienen. De portretten die ik maak stuur ik ze meteen via mijn telefoon door, en dat wordt enorm gewaardeerd. Mehdi, de zoon met wie ik gisteren van straat mee naar huis ging, drukt me op het hart contact te houden. Pas na alle poses en omhelzingen kom ik de stad uit.
Aan de rand van Kermanshah staan twee agenten bij hun groen-witte politieauto. Ze zijn vooral nieuwsgierig, we maken samen een lolletje, en dus vraag ik of ik een foto mag maken. Geen probleem. Het gesprek is het inmiddels vertrouwde rijtje: waar kom je vandaan, waar ga je heen, wat vind je van Iran. En, zoals zo vaak, het aanbod: als er iets is, bel me maar.

De bergen weer in
Voorbij Harsin sla ik af op een rustige weg en rijd de bergen weer in. Het landschap laat zich opnieuw van zijn mooiste kant zien: rotspieken boven getrapte akkers in groen en ploegbruin, en een weg die er bijna verlaten doorheen slingert. Aan de afbeeldingen van gesneuvelde soldaten valt ondertussen niet te ontkomen; in elk dorp staan de martelaren op billboards en op de graven, met een vlag erbij. De Iran-Irak-oorlog is hier dertig jaar later nog dagelijks aanwezig.
Bij een steengroeve langs de weg word ik door de werklui naar binnen gewenkt. Ik moet en zal thee drinken, en tegen de tijd dat het glas leeg is heeft iedereen een arm om mijn schouder geslagen. Iraanse mannen zijn aanrakerig, en nergens is dat zo vanzelfsprekend als hier: warm, hartelijk, en zonder enige gêne. Even verderop haalt een groepje auto’s me met veel bravoure in, alleen om me een paar honderd meter later op te wachten. Ze wilden toch te graag even kletsen en op de foto.
Niet elke ontmoeting is gelijk. De meeste zijn het vertrouwde rijtje van handen schudden en samen op de foto, maar er zitten diamantjes tussen: mensen die niet voor de selfie stoppen, maar oprecht blij zijn om kennis te maken met een Nederlander op de fiets. Van die contacten, zoals de familie van gisteren, geniet ik zelf het meest.

De klok van het visum
Ondertussen weet ik heel goed waar ik naartoe wil. Mijn doel is Isfahan, waar de familie woont bij wie ik in 2017 ook logeerde. Maar boven alles hangt de klok van mijn visum. Ik mag dertig dagen in Iran, en die tijd loopt. De uitnodigingsbrief voor mijn Turkmeense transitvisum heb ik binnen, en volgens het consulaat in Mashhad is het daar een kwestie van één dag. Zeker weet ik het pas als de sticker in mijn paspoort staat, en Mashhad ligt nog ver naar het oosten. Dat is de reden dat ik, hoe gastvrij het ook is, blijf doortrappen.
Het wordt een lange dag, mede doordat ik door de fotosessie laat ben vertrokken. Tegen de avond bereik ik Nurabad. In een winkel koop ik eten voor vanavond en voor het ontbijt, en meteen wordt de hele familie opgetrommeld om de buitenlandse fietser te bekijken; de halve buurt loopt uit. Ik schud handen tot ik er bijna kramp van krijg, vertel mijn verhaal voor de zoveelste keer, en mijn fiets vinden ze werkelijk de bom. Veel van het contact verloopt via Google Translate, waarmee ik tot mijn verbazing hele gesprekken kan voeren. En als ik wil afrekenen, stuit ik op wat me de laatste dagen steeds vaker overkomt: mijn geld wordt weggewuifd. In restaurants laten ze me niet betalen, en zelfs mijn boodschappen krijg ik soms niet mee als ik ervoor wil betalen, zo bijzonder vinden ze het dat ik er ben. Ik krijg, zoals de hele dag, verschillende aanbiedingen om ergens te blijven slapen.
Maar na dagen waarin ik geen moment alleen ben geweest, wacht ik tot het donker is en zet ik mijn tent op in het Ferdowsi-stadspark, aan de rand van de stad, waar ik eindelijk een avond voor mezelf heb.
De bewaker van het park komt kijken en vindt het prima dat ik er sta. Ik lig tussen de bomen, met de geluiden van de stad op de achtergrond, en ben blij met deze plek.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering21. Een gastheer in Kermanshah
Volgende aflevering ›23. Door Lorestan, en een gastheer die geen nee accepteertSpring naar een andere aflevering
- 19. Rustdag in de bergen van Hawraman
- 20. De zwaarste klim, en een aanzoek onderweg
- 21. Een gastheer in Kermanshah
- 22. Van Kermanshah naar het park van Nurabad
- 23. Door Lorestan, en een gastheer die geen nee accepteert
- 24. Een lift die ik niet had gevraagd
- 25. De ochtend erna, over de hoge pas
- Alle 38 afleveringen ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.