Om half tien zijn we bij de Oyster Stacks, het mooiste snorkelgebied volgens de verhalen, maar de zee is te zwaar en de kant bestaat uit vlijmscherpe rotspunten. We wijken uit naar South Mandu, waar de camphost ons heen stuurt: snorkel maar voor het tentenkamp, waar het koraal prachtig is. Dat kamp is een “ecologisch verantwoord” resort, waar mensen honderd dollar per nacht betalen voor een tent aan het rif; wij doen hetzelfde een paar kilometer verderop voor vijf. Dat we van “hun” strand gebruikmaken wordt niet gewaardeerd, terwijl niets aan Ningaloo privé is; juist daarom stuurt de camphost mensen als ons erheen.
Vanaf het verlaten strand zien we de gasten van het resort onder begeleiding over het rif kanoën, met peddels die bij deze lage waterstand het koraal beschadigen. We wijken uit naar Turquoise Bay, waar het water altijd helder is, en treffen onze nieuwe buren Glenn en Louis. Ik zie al snel een schildpad op de vertrouwde plek en dirigeer hem richting Floor, die deze keer niet meezwemt; het gaat goed tot vijftig meter voor de kust, en dan is hij weer weg.
Lege zee, vol strand
Aan het begin van de middag loopt de zee bijna leeg, en de paar plekken die overblijven moeten we delen met tourgroepen en gezinnen, schoolvakantie, die met hun flippers gewoon op het koraal staan. Als de irritatie te groot wordt, gaan we terug naar ons vertrouwde Lakeside. We hebben ons bijna twee weken niet gedoucht; zeewater reinigt voldoende. Met de verrekijker spotten we nog een dolfijn vlak voor het strand.
Voor een tent aan het Ningaloo Reef betalen mensen honderd dollar per nacht; wij staan een paar kilometer verderop voor vijf.