De hele nacht horen we het water onder het raam doorrazen, al zie je in het pikzwart niets. We zijn de enige gasten. De lucht is vertrouwd grijs, maar het waait niet en het regent niet. Bij de Lidl aan de overkant geen regenbroeken, wel duikpakken in de aanbieding; je vraagt je af wat iemand in de bergen met een duikpak moet, al kan het met zo veel hemelwater nog van pas komen.
Twee graden op de top
Vanaf Terchová is het gestaag klimmen, tussen de rauwe toppen van de Malá Fatra, met hellingen vol donkergroene dennen en lichtgroene loofbomen en koeien en schapen op de weiden. De dorpen bestaan grotendeels uit houten huizen. Een lange klim van 14 procent brengt ons bezweet en buiten adem op de top, midden in de wolken; met twee graden verlaat de damp in dikke wolken onze longen. We trekken alle kleren aan voor de afdaling, lang en koud, langs toppen van 1.200 tot 1.600 meter die in witte nevel steken. Het dal is smal, en door alle regen klateren tientallen watervallen langs de groene hellingen naar beneden. Dit is het leefgebied van beren, wolven en lynxen.
Met twee graden verlaat de damp in dikke wolken onze longen.
Kromme ruggen langs de weg
Voor Dolný Kubín rijden we langs de Orava, veranderd in een kolkende watermassa; de bomen die in het water staan, laten zien hoeveel hoger het peil is dan normaal. We drinken koffie en eten dikke soep terwijl een groep scholieren zingend geld inzamelt voor hun eindfeest, tot ze worden weggestuurd door politieagenten die op de bovenverdieping iets van politiedingen doen. Wij doneren, maar dan wel in ruil voor een groepsfoto. Daarna volgt bij de op een rots gelegen Oravský hrad een kleinere, rustiger weg, die wel kilometers klimt met gemiddeld 11 procent. In de glooiende dalen liggen dorpjes met identieke kerkjes. De oude vrouwen dragen ouderwetse jurken en een hoofddoek, en lopen vaak in een hoek van negentig graden krom van het werk dat ze hun leven lang hebben gedaan. Na een laatste afdaling bereiken we Vodná nádrž Orava, een stuwmeer aan de Poolse grens, nu grauw en verlaten. Aan het water vinden we een pension voor €37; kamperen is nog steeds geen optie.
In deze serie: Fietsreis 2010
- 17. Met de trein naar Žilina, terug in de communistische tijd
- 18. Doorweekt naar Terchová
- 19. Sneeuw in mei in de Malá Fatra
- 20. De stuwdam van Orava en de kloof naar Liptovská Mara
- 21. Een kaalgeslagen Hoge Tatra, en het hoogste punt van de reis
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.
1 comment
[…] Sneeuw in mei in de Malá Fatra — twee graden en verse sneeuw op de hoogste passen. […]