Door groen heuvelland naar Ağva

Published: Updated: 0 comments

We hebben geen haast. Op de camping deelden we de nacht met twee motorrijders uit Slovenië en twee Frans-Turken, allemaal op weg naar het oosten. Ons eigen plan is intussen ook bijgesteld: Georgië is het nieuwe idee, want het noorden van Turkije is een stuk koeler dan de woestijn in het zuiden. Pas om tien uur rijden we weg. Bij een splitsing stoppen we bij een koffiehuis, waar de vrouw eerst niet goed weet wat ze met ons aanmoet, maar zodra we in een paar woorden Turks thee en koffie bestellen breekt ze open. We krijgen er een groot bord kaas, olijven, tomaten, brood, komkommer en eieren bij, alles voor vijfentwintig lira, en gratis thee.

De route naar Ağva loopt door een heuvelachtig, intens groen gebied. Het lijkt verdacht veel op fietsen in Maleisië. Er is maar weinig grond in gebruik, en hoe de mensen in de paar dorpen rondkomen is me een raadsel. Tussen de stenen huizen staan af en toe houten exemplaren, langs de weg groeien varens, en honderden vlinders fladderen over het asfalt.

Een litteken door het landschap

Minder fraai is de aanleg van een grote nieuwe pijpleiding, vermoedelijk bedoeld om olie uit de Kaukasus door Turkije te voeren. Waar de leiding komt te liggen is het landschap compleet opengereten. Het geld moet ergens vandaan komen, maar het laat een lelijk litteken na.

Het geld moet ergens vandaan komen, maar het landschap betaalt de rekening.

Als we langs een rivier met groenblauw water Ağva binnenrijden, lijkt het eerst of we in een ontwikkelingsland zijn aanbeland: kleine huizen, een rommelige boel, mensen met een donkerder huid die op blote voeten lopen. Een Roma-buurt, en ik betrap me erop dat ik er net zo bevooroordeeld naar kijk als in elk ander land waar ik zo’n wijk inrijd. Een paar honderd meter verderop is Ağva een ander stadje: mooi gelegen tussen twee rivieren aan zee, met winkeltjes, restaurants aan het water en veel hotels, het type plaats dat ik ook in China of Vietnam zou kunnen tegenkomen.

Behulpzame mensen wijzen ons naar de camping, een kilometer buiten het vissersplaatsje. Vijf liter water kost er twee lira in plaats van de drie die eerst gevraagd worden; een gulle lach is de beloning, en ook de camping zakt van dertig naar twintig lira. Opnieuw krijgen we thee aangeboden. Na boodschappen in het dorp maken we een stevig pastamaal. We zijn de enige gasten. Tussen de koeien en de vuurvliegjes wordt speciaal voor ons een kampvuur aangestoken.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie