Voor ons gevoel begint hier een volgende fase van de reis. Dit is Damaraland. Het gebied waar we hopen meer wildlife te zien en waar lokale gemeenschappen verspreid leven. Onder andere de Himba, een semi-nomadisch volk dat bekendstaat om hun traditionele levensstijl en het gebruik van rode oker op huid en haar.
We doen boodschappen in een kleine supermarkt. Genoeg om drie dagen vooruit te kunnen, zodat we flexibel blijven. Er staan twee cassières. De één doet het werk, de ander geeft aanwijzingen.

Langs hutten en langs de weg
Net als de afgelopen dagen is de route goed. Een stevige gravelweg door een open landschap. Af en toe staan er ronde lemen hutten met een strooien dak. Hier wonen lokale families. We zien vrouwen met ontbloot bovenlichaam, het haar ingevlochten en rood gekleurd met oker. Mannen dragen vaak werkpakken met fluorescerende strepen. Of ze werken in de mijnen, of de kleding heeft daar ooit vandaan gevonden.
Kinderen zitten langs de weg en vragen om water. Soms lijkt het daar ook bij te blijven, maar vaak proberen ze daarna sieraden of stenen te verkopen. Het is lastig inschatten wat vraag is en wat strategie.

Op zoek naar olifanten
Vandaag fietsen we richting White Lady Lodge. Dat is een bekende plek in deze regio, onder andere omdat hier regelmatig woestijnolifanten worden gezien. Daarnaast ligt het op de route naar Twyfelfontein, via een 4×4-track die we willen nemen. De weg is prachtig. Het landschap opent zich en wordt nog weidser. Voor ons ligt het Brandberg-massief, met daarvoor een groene strook die zich door het droge landschap slingert. Het oogt als een natuurlijke corridor voor dieren.
Alleen hebben we pech. Of geluk, afhankelijk van hoe je het bekijkt. Het regenseizoen is dit jaar bovengemiddeld goed geweest. Daardoor is het landschap groener dan normaal en is er op veel plekken water beschikbaar. Dieren hoeven zich niet te concentreren rond de bekende plekken. Ze zijn verspreid. De olifanten dus ook.
Vanaf het hogere plateau dalen we af richting White Lady Lodge. De laatste acht kilometer verandert de weg volledig. De harde gravel gaat over in diep, los zand. Fietsen is hier geen optie meer. Het wordt duwen en trekken. Bijna acht kilometer lang. Als dit de voorbode is van de route naar Twyfelfontein, hebben we een probleem.
We komen Ricardo tegen, die met een tractor bezig is om de weg enigszins begaanbaar te maken. Hij noemt zichzelf Rocky. Wij noemen hem Rocky Ricardo. Volgens hem is de weg naar Twyfelfontein nog slechter dan wat we nu doen. We vragen hem voor de grap of hij morgen met zijn tractor die kant op wil om de weg te egaliseren. Hij lacht en zegt dat het daar veel te warm voor is.

Een vreemde plek onder de Brandberg
White Lady Lodge voelt als een vreemde plek. Na uren ploeteren door zand staan we ineens bij een luxe lodge, met twee zwembaden, gelegen onder een afbrokkelende rode rotswand. Er loopt een tam stokstaartje rond dat zich laat aaien door gasten.
Het contrast is groot. Alle gasten zijn wit. Het personeel is zwart. Het geheel voelt ongemakkelijk en roept associaties op met een koloniale setting. Dat gevoel wordt niet minder als een gespierde local zijn shirt uittrekt en een grote tattoo met de tekst “ARIES” zichtbaar wordt.
We informeren naar de route naar Twyfelfontein, maar niemand is positief. Iedereen vindt ons al bijzonder dat we hier überhaupt op de fiets zijn gekomen. De boodschap is duidelijk: die route moeten we niet doen. Ook de olifanten kunnen we voorlopig vergeten. Die zitten ergens anders.

De camping zelf is prachtig. Ruim opgezet, midden in de bush, met uitzicht op de Brandberg. En toch voelt het dubbel. We fietsen door een van de leegste landen ter wereld. Urenlang zien we niemand. We slapen in de bush, ver weg van alles. Maar hier eten we een uitstekende hamburger, zwemmen in een zwembad en worden bediend.
We zijn sterk, fit en onderweg. Misschien moeten we vaker kiezen voor de echte leegte. Minder comfort, meer wildernis. Want hoe mooi deze plek ook is, het voelt hier net iets te makkelijk.