Voor ons gevoel begint hier het volgende deel van het avontuur: dit is het gebied waar wilde dieren vrij rondlopen. We doen boodschappen in de kleine supermarkt, genoeg voor drie dagen, zodat we flexibel zijn. Er staan twee caissières. De ene doet het werk, de ander geeft aanwijzingen.

Langs hutten en langs de weg
De route is net als de afgelopen twee dagen fantastisch: een goede gravelweg door open land. Alleen staan er nu hier en daar ronde lemen hutten met een strooien dak. De vrouwen lopen met bloot bovenlichaam, de borsten trots vooruit, het haar dik gevlochten en rood van kleur. De mannen dragen werkpakken met fluorescerende strepen, van de mijn of ergens anders vandaan.
Kinderen zitten langs de weg en bietsen om water. Daarna komen de kettingen en de stenen tevoorschijn.
Het is lastig in te schatten wat vraag is en wat strategie.

Op zoek naar olifanten
We fietsen naar White Lady Lodge, om twee redenen: hier worden regelmatig woestijnolifanten gezien, en het is de opstap naar de 4×4-track richting Twyfelfontein. Het landschap opent zich verder. Voor ons het Brandberg-massief, met daarvoor een groene strook die door het weidse land meandert. Dat oogt als een corridor voor dieren.
Maar we hebben pech, of geluk, afhankelijk van hoe je het bekijkt. Het regenseizoen is bovengemiddeld nat geweest. Het land is groen en er is op veel plekken water, dus de dieren zijn wijdverspreid. De olifanten hebben genoeg alternatieven en zijn nu niet hier.
Vanaf het hogere plateau dalen we af naar de lodge. De laatste acht kilometer verandert de vlakke gravelweg in diep, los zand waarover niet te fietsen valt. Bijna acht kilometer duwen en trekken. Als de route naar Twyfelfontein zo doorgaat, hebben we een plan B nodig.
We komen Ricardo tegen op een tractor, bezig om de zandweg te verbeteren. Hij noemt zichzelf Rocky. Wij noemen hem Rocky Ricardo. Volgens hem is de weg naar Twyfelfontein erger dan dit. We vragen of hij morgen mee wil om te egaliseren. Hij vindt het veel te warm om daarover na te denken.

Een vreemde plek onder de Brandberg
White Lady Lodge voelt als een gekke plek. Na uren zwoegen in het diepe zand komen we aan bij twee zwembaden onder een afbrokkelende rode rotswand, met een tam stokstaartje dat in de zon ligt en van iedereen aandacht krijgt. Het komt erg koloniaal over.
We vragen door over de track naar Twyfelfontein, maar niemand komt met goed nieuws. Iedereen vindt ons gek dat we hier fietsen en dat we het überhaupt tot hier hebben gered. Het grootste deel is diep zand. De olifanten kunnen we ook vergeten, die zitten ver weg.
Alle gasten zijn wit. Het personeel is zwart.
De camping zelf is ruim opgezet, midden in de bush, onder de Brandberg. ’s Avonds eten we een van de allerlekkerste hamburgers van de reis, omringd door witte gasten en bediend door zwart personeel. Aan een tafel verderop doet een gespierde witte local zijn shirt uit, met over zijn hele rug het woord ARIES getatoeerd, en laat zich met ontbloot bovenlijf bedienen. Wij vinden dat stuitend en hopen maar dat de keuken zijn hamburger een eigen recept heeft meegegeven. Daarna duiken we in het zwembad. We fietsen door compleet verlaten landschappen, in een van de leegste landen ter wereld, en dit is waar we terechtkomen. Misschien moeten we meer in de wildernis blijven.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door zuidelijk Afrika, nu in Namibië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering18. Chakalaka naar Brandberg: ongelijkheid langs de weg
Volgende aflevering ›20. Door het zand naar Madisa CampSpring naar een andere aflevering
- 16. Slapen tussen de rotsen van Spitzkoppe
- 17. Van Spitzkoppe naar Brandberg: de beste fietsdag tot nu toe
- 18. Chakalaka naar Brandberg: ongelijkheid langs de weg
- 19. Op zoek naar olifanten bij de Brandberg
- 20. Door het zand naar Madisa Camp
- 21. De asfaltweg naar Twyfelfontein
- 22. De woestijnolifanten van Twyfelfontein
- Alle 68 afleveringen ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.