
Over een weg vol gaten en tussen stinkende vrachtwagens rijden we naar Sint-Petersburg. Langs de kant liggen versleten dorpen met half ingezakte houten huizen in het moeras. Het begin van de stad is een woud van reclameborden, die kleur geven aan de grauwe sovjetflats die ons uitzicht 56 kilometer lang bepalen, de afstand tot het hotel waar we zouden kunnen kamperen. Zelfs met vier woordenboeken kost het moeite duidelijk te maken wat we willen, tot blijkt dat het geen onbegrip was maar een waarschuwing: de camping is een moeras met ingestorte gebouwen, waar de muggen meteen aanvallen. We zetten de tent toch op en drinken een welverdiende pivo in de hotelbar.
De metro
Het centrum bereik je het best met het openbaar vervoer, dat spotgoedkoop is: we betalen, net als de anderen, tien roebel (dertig cent) voor de bus en tien roebel voor een metrotoken. Een foto van de metrokaart moet ons straks terughelpen, want het cyrillische schrift zegt ons nog niets. Ondergronds zijn de stations van een weldadige schoonheid die scherp afsteekt tegen de grauwheid erboven. Boven de grond staan we tussen gebouwen die kunnen wedijveren met Parijs of Londen. Niet voor niets liet Peter de Grote zijn stad aanleggen als venster op Europa. De verkeerschaos die eronder kolkt wordt alleen in toom gehouden door veel politie: op straat, bij controleposten en in glazen hokjes bij de stoplichten.
Ondergronds zijn de stations van een weldadige schoonheid, die scherp afsteekt tegen de grauwheid erboven.
Witte nachten
Omdat Russen op elke vraag om de weg “da” antwoorden, is doelloos dwalen de beste manier om de stad te leren kennen. De hoofdstraten en grachten zijn prachtig gerenoveerd; een willekeurige zijstraat toont vergane glorie of erger. De pleinen zijn zo groot dat je gevoel voor schaal verdwijnt, en een rondje om de Hermitage kost al snel een uur. Soms stopt met piepende remmen een colonne dure auto’s, waaruit grote mannen in donkere pakken een onzichtbaar persoon naar binnen dirigeren. Aan de Neva is het juni, de tijd van de witte nachten: om half twaalf schijnt de zon nog en het wordt ’s nachts niet echt donker. Je lijf raakt het spoor bijster: je hoofd weet dat het slaaptijd is, maar het licht zegt iets anders. Juni is hier ook de trouwmaand, en langs het water laten bruidsparen zich fotograferen.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Waar deze dag ligt
Over land naar Singapore, nu in Rusland. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering5. De grens over naar Rusland: het groene briefje
Volgende aflevering ›7. De rechte weg naar Moskou: een boete en het IzmaylovoSpring naar een andere aflevering
- 3. De kruisberg van Šiauliai en de terrassen van Riga
- 4. Leeg Estland: het urangebied bij Narva en de witte nachten
- 5. De grens over naar Rusland: het groene briefje
- 6. Sint-Petersburg: gaten in de weg, marmer onder de grond
- 7. De rechte weg naar Moskou: een boete en het Izmaylovo
- 8. Eén dag Moskou: marmeren metro en een herbouwde kathedraal
- 9. In de Trans-Siberische trein naar Novosibirsk
- Alle 152 afleveringen ›
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen