We worden wakker onder een strakblauwe hemel. Het is bijna juni en het is de eerste keer dat het naar een lentedag ruikt; Slowakije is prachtig, maar het weer heeft ons tot nu toe in de steek gelaten. Met krachtige tegenwind rijden we rond de Hoge Tatra, nu niet langs een apocalyptisch landschap maar door geurende, gemengde bossen. Bij Lendak zijn de zijstraten nog onverhard, en in de tien minuten dat we bij een wegkapelletje koffie drinken, passeren drie paard-en-wagens, op weg naar een dag werk op het land zonder machines.
Een dorp waar je voor gewaarschuwd wordt
Verderop komen we door het eerste Romadorp. Het leven speelt zich buiten af, te midden van bergen afval rond huizen die je eerder in een sloppenwijk verwacht. Vrouwen slaan de was schoon op stenen aan het water, mannen staan te roken, en opvallend veel kinderen rennen ertussendoor. Ze zwaaien en roepen, en ook de volwassenen groeten ons met een vriendelijk dobrý deň. Dat staat haaks op het dringende advies dat we eerder kregen: pas op voor de Romadorpen, gevaarlijke plekken, mijden. Ze leven in hetzelfde land maar maken geen deel uit van dezelfde samenleving. Dat ze een rommel maken van hun omgeving en dat er weinig economische bedrijvigheid is, valt te zien; dat ze daarmee gevaarlijker zouden zijn dan anderen, is een andere bewering.
De kinderen zwaaien, en ook de volwassenen groeten ons met een vriendelijk dobrý deň.
Festival in de regen
De vijftien kilometer naar het 949 meter hoge Magurské sedlo klimmen we rustig; onze benen zijn merkbaar sterker dan bij vertrek. Daarna dalen we ruim twintig kilometer door dalen vol paardenbloemen, met dorpen die steeds Poolser ogen, want vanaf Spišská Stará Ves volgen we de grens. In Červený Kláštor is de camping ingenomen door een folklorefestival, dus we rijden door naar een plek aan het water, €8,50. We hebben de tent nog niet op of de lucht betrekt en het hoost. Je weet dat je in Slowakije bent als het iedere dag regent. Er zit niets anders op dan plan B: het festival zelf in, €5 per persoon, waar volksdansers in klederdracht elkaar afwisselen en een groep uit Tsjetsjenië, als ninja’s gekleed, danst op muziek die op een technofeest niet zou misstaan.
In deze serie: Fietsreis 2010
- 20. De stuwdam van Orava en de kloof naar Liptovská Mara
- 21. Een kaalgeslagen Hoge Tatra, en het hoogste punt van de reis
- 22. De eerste zon, een Romadorp en regen op het festival
- 23. De Dunajec-kloof en een kortere weg die langer duurde
- 24. Langs de Poprad naar Bardejov, en een afrekening met de pivo
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.