Het eerste wat we regelen is de vlucht naar huis: Floor vindt er een met Ukrainian Air, via Kiev naar Amsterdam, voor zo’n zeshonderdvijftig euro. Daarmee komt het einde van de reis in zicht. Tbilisi blijkt drukker en toeristischer dan we van Georgië hadden verwacht, vol jonge mensen. Het is negenendertig graden in de schaduw, te heet om veel te lopen, maar voor veertig tetri brengt de metro ons overal; de roltrappen dalen diep weg in grote Sovjetstations. In de straten veel dure auto’s en veel oude bedelaars, niet vreemd in een stad waar de meeste mensen met geld samenkomen.
Voor vier lari knipt een dame in een kwartier mijn na Turkije veel te lange haar tot een korte coupe.
We struinen de stad door voor de volgende etappe. Bij het informatiecentrum en bij Geoland vinden we kaarten van Tusheti, en na lang zoeken in een boekhandel ook het wandelboek “Walking in the Caucasus”, al is tweeënveertig lari waarschijnlijk veel te veel. Dat we “hallo, bedankt en tot ziens” in het Georgisch kunnen zeggen, opent steeds weer deuren.
Voor drie lari bezoeken we het paleis van koning Erekle II, met glas-in-lood en leuningen in Perzische stijl waar we van de strenge gids geen foto’s mogen maken. Hetzelfde kaartje geeft toegang tot het historisch museum, met oude munten en wapens maar nauwelijks verlichting, en tot het kunstmuseum. Daar worden we door een zaal of vijftien langs driehonderd schilderijen geleid door een suppoost die zichtbaar geniet zodra we iets vragen of iets herkennen. Het zijn niet onze schilderijen, maar de Georgische landschappen erop zijn mooi om te zien.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.