Het is misschien wel de eerste dag in vier maanden dat we helemaal niets doen, behalve op de veranda hangen met een boek. Vanaf het balkon kijken we uit over het brede, vlakke dal van de Alazani, en in het donker lijkt het of we over een baai uitkijken, met heel in de verte de zwakke lichtjes van de overkant. De rode eekhoorn die in het dak woont, brengt tien minuten op het balkon door; van de vijf hazelnoten zijn er nog maar twee over.
Sighnaghi is helemaal opgepoetst tot toeristentrekker, met fraai opgeknapte huizen met houten veranda’s uit de zeventiende tot negentiende eeuw. Het vreemde is dat de oude stadsmuur nog volledig intact is, maar dat er binnen die muur bijna geen huizen staan; het grootste deel van het stadje ligt erbuiten. In een wijnhandel doen we een proeverij, met grote glazen potten vol wijn en chacha, een liter goede wijn voor drie lari.
Sighnaghi is helemaal opgepoetst tot toeristentrekker, maar het park zijn ze daarbij vergeten.
’s Avonds drinken we wijn en bier bij de Mexicaans-Georgische restauranthouder, een Georgiër die een jaar in de VS woonde en daar Mexicaans leerde koken. Het gesprek gaat over de oorlog met Rusland in 2008, waardoor er in 2009 vrijwel geen toeristen waren en het herstel nu pas voorzichtig begint. Volgens hem heeft Rusland er alles aan gedaan om die oorlog uit te lokken, om Georgië als onveilig land neer te zetten en zijn oude invloed te herstellen. Hij voegt er zelf aan toe dat de grote mogendheden dat allemaal doen, de een onder de vlag van “veiligheid”, de ander onder die van “democratie” en “vrijheid”.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.