Het is de vierde keer in mijn leven dat ik in Žilina ben, en de eerste keer dat ik de stad op de fiets en in de regen verlaat. Bij de Tesco doen we een laatste poging een regenbroek te vinden, zonder succes; op weg naar de Aldi belanden we per ongeluk op de snelweg. We besluiten dat natregenen beter is dan doodgereden worden.

Zevenentwintig kilometer in de motregen
Het is 27 kilometer naar Terchová over een vlakke maar drukke weg. We raken volledig doorweekt en lichtelijk onderkoeld. Het landschap is vast prachtig, maar zo kunnen we er niet van genieten. Terchová is voor Slowaken een begrip, het stadje aan de voet van de Malá Fatra en de geboortestreek van hun volksheld; voor ons is het vandaag vooral het dorp waar we besluiten te stoppen.
Het landschap is vast prachtig, maar zo kunnen we er niet van genieten.
Voor €20 krijgen we een fijne kamer in een pension, met uitzicht op de bergen, het grijze licht en de woeste stroom die door het van toeristen verlaten toeristendorp kolkt. Het hoogtepunt van de dag is de maaltijd: een lokaal gerecht met brinza, de pittige schapenkaas waar de Slowaakse keuken op draait.
Verder in de serie
‹ Vorige aflevering17. Met de trein naar Žilina, terug in de communistische tijd17 mei 2010
Volgende aflevering ›19. Sneeuw in mei in de Malá Fatra19 mei 2010Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.