Home AziëTaiwanVoor de Europeanen: de inheemse Austronesische volken van Taiwan

Voor de Europeanen: de inheemse Austronesische volken van Taiwan

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Taiwan wordt beschouwd als een van de meest waarschijnlijke uitvalsbases van de Austronesische taalgroep, een van de grootst verspreide taalfamilieën ter wereld. De Austronesische volken bewoonden Taiwan al duizenden jaar voor de komst van de eerste Chinese migranten. Vanuit Taiwan verspreidden hun voorouders zich over een periode van duizenden jaren naar de Filipijnen, Indonesië, Madagaskar en uiteindelijk tot Hawaï en Nieuw-Zeeland. De taalkundige en genetische sporen van die verspreiding zijn nog altijd te traceren.

Wie woonde er voor de Chinese migratie

Toen de eerste Han-Chinese migranten in de zestiende en zeventiende eeuw voet op Taiwan zetten, troffen ze een eiland aan met tientallen verschillende inheemse volkeren, elk met een eigen taal en territorium. De westelijke laagvlakte was het dichtstbevolkt. Inheemse gemeenschappen leefden van landbouw, jacht en visvangst, afhankelijk van de regio. In de bergen van het centrum en het oosten waren ze door de ruige topografie grotendeels onbereikbaar voor de vroege Europese en Chinese nieuwkomers.

Contact tussen inheemse volken en de eerste handelaren verliep wisselend: sommige groepen in de kustgebieden traden in handelsrelaties met Chinese en Japanse kooplui al vóór de komst van de VOC. Andere volken waren sterk territoriaal en beschermden hun gronden gewapend.

Periode van de VOC en de Zheng-dynastie

Toen de VOC in 1624 een handelspost vestigde in het zuiden van Taiwan (Fort Zeelandia, bij het huidige Tainan), sloten ze allianties met nabijgelegen inheemse dorpen als buffer tegen Spaanse aanwezigheid in het noorden en rivaliserende Chinese handelaren. De VOC moedigde ook migratie van Chinese arbeiders aan, die de rijstvelden en suikerrietplantages bewerkten. Dat markeerde het begin van een demografische verschuiving.

Na de verdrijving van de VOC in 1662 door Koxinga (Zheng Chenggong), een Ming-loyalistische admiraal die Taiwan als basis gebruikte voor zijn strijd tegen de Qing-dynastie, zette de Chinese landname zich versneld voort. Inheemse volken in de westelijke laagvlakte werden teruggedrongen, geassimileerd of verhuisden de bergen in. De Qing-dynastie, die Taiwan in 1683 in nam, trok een officiële grens: ten oosten ervan was “inheems gebied” en mochten Chinese kolonisten niet vestigen. Die grens verschoof echter decennialang oostwaarts naarmate de druk toenam.

Huidige situatie

Taiwan erkent officieel zestien inheemse volken. Samen tellen ze ruim 580.000 mensen, iets meer dan 2 procent van de bevolking. Ze zijn geconcentreerd in de bergen van het midden en de oostkust, in de regio rond Hualien en Taitung, en op kleine eilanden zoals Orchid Island (Lanyu), thuis van de Tao. De overheid voert beleid gericht op taalrevitalisering, want veel inheemse talen zijn met uitsterving bedreigd. Op scholen in inheemse gemeenschappen is onderwijs in de eigen taal wettelijk vastgelegd, maar de praktische uitvoering varieert sterk.

De verspreiding van de Austronesische talen, van Taiwan tot Madagaskar, is een van de grootste menselijke migratiebewegingen uit de prehistorie — en het eiland dat er waarschijnlijk het vertrekpunt van was, weet dat niet altijd goed te bewaren.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie