We staan op ons allerrelaxtst op, na een nacht vol geluiden waarvan de hoofdmoot van de vleermuizen kwam die in de mangoboom achter de tent bezig waren. Als we de tent uit komen hangt inderdaad die typische vleermuizenlucht: een muskusachtige, zurige ammoniakgeur die de flying foxes met hun urine en klierafscheiding achterlaten en die bij een kolonie van deze omvang blijft hangen. We pakken onze spullen in, inclusief de nieuwe stretcher die we hier in de struiken vonden, en rijden naar Yellow Water, het zuidelijke deel van de South Alligator River. Je kunt hier door de wetlands wandelen, en het is mooi, maar het is net Nederland met palmen en krokodillen. Krokodillen, ja: daar drijft onze eerste saltie, de zoutwaterkrokodil, een serieus exemplaar van een meter of vier.
Hij cirkelt traag rond, zwemt onze kant op en verdwijnt dan geruisloos onder water. Dan bekruipt je toch de vraag of we hier wel veilig staan. Het onaangename aan deze krokodillen is dat wij als een lekker hapje gelden. Te dicht bij het water en je wordt gegrepen, en je zult niet de eerste zijn. Ondertussen is het goed vogels kijken. Great egrets stappen statig door het riet, een darter zit met gespreide vleugels te drogen op een tak, en tussen de waterbuffels aan de overkant lopen twee brolga’s, de grijze kraanvogels van het noorden.
Lotusbloemen langs een Australische IJssel
Na een bezoek aan het Aboriginal Culture Centre, dat hetzelfde verhaal vertelt als de andere culture centres maar dan over andere stammen, rijden we door. Muirella Park had een prettige plek aan de billabong moeten zijn, maar het is een droevige boel, dus we rijden verder naar Malabanjbanjdju. De naam heb ik niet verzonnen. Ook naargeestig, maar we hebben honger en het is te heet om door te rijden, dus we zitten de heetste uren uit. Tot nu toe vinden we Kakadu nog helemaal niets.
Als er genoeg bewolking is om de zon te filteren en het lopen draaglijk te maken, doen we de Illigadjarr walk, die door typisch Nederlandse uiterwaarden voert. Het is alsof we langs de IJssel bij Deventer lopen, alleen staat de hele billabong vol met het roze van lotusbloemen. De verleiding is groot om een uitgebloeide zaaddoos te plukken, want de zaden hebben we in Laos veel gegeten en die zijn lekker, maar er liggen van die grote krokodillen, dus ik waag me niet te dicht bij het water.
Het is alsof we langs de IJssel bij Deventer lopen, alleen staat de hele billabong vol met het roze van lotusbloemen.
Dit gebied is mooi en zo Nederlands dat we ineens begrijpen waarom buitenlanders Nederland zo bijzonder vinden. In Nederland zijn wetlands de standaardnatuur, maar nu we ze een tijd niet hebben gezien, vinden we ze zelf ook weer mooi. Kakadu is even groot als Nederland, alleen wonen daar zestien miljoen mensen tussen, en toch blijven er zoveel mooie plekjes over. Tijdens de wandeling zien we een betere kampeerplek en verhuizen alles naar Burdulba, dat bovendien gratis is. Echt buiten zitten lukt niet, want de muggenaanval evenaart die van Sint-Petersburg. Na het eten vluchten we meteen de tent in.
In deze serie: Australië
- 141. Edith Falls: zwemmen onder de waterval en het afbranden van de bush
- 142. Kakadu in: geen tol, wasbordwegen en een tegenvallend begin
- 143. Yellow Water: de eerste zoutwaterkrokodil en wetlands die op Nederland lijken
- 144. Anbangbang Billabong: zes landschappen en twintigduizend jaar rock art
- 145. Cahills Crossing: het getij, negen krokodillen en de grens met Arnhem Land
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.