Home AziëChinaDe zandduinen van Dunhuang, om het tolhek heen

De zandduinen van Dunhuang, om het tolhek heen

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Met de Lonely Planet vinden we een kamer in het Feitian Binguan, een keten langs de Zijderoute, voor 60 RMB (€6). Op het terras, bij een koude pijiu, ontmoeten we een Nederlands stel uit Hengelo en een Australische vrouw, die ons vertellen hoe we de toegangsprijs van 80 RMB (€8) voor de duinen kunnen omzeilen. We huren fietsen voor 1 RMB en rijden naar de honderd meter hoge duinen, de oostrand van de Taklamakan, die zich majestueus achter de stad verheffen.

Om het hek heen

We volgen het hek over smalle paden langs lemen boerderijen, links en rechts, en bereiken na een kleine twee kilometer het einde ervan; voor hetzelfde geld hadden de Chinezen de hele woestijn omheind, ze hebben tenslotte al eens een muur van duizenden kilometers gebouwd. Het is veertig graden in de schaduw, dus wachten we tot de zon zakt.

Heel China leeft op Beijing-tijd, dus de zon staat hier nog hoog als die 2.500 kilometer oostelijker al onder is.

Poederzand

Een hoge duin beklimmen is geen goed plan na drie halve liters pijiu, zeker niet als we de fout maken de steile zijkant te nemen: twee stappen vooruit, één terug in het poederzand. Meer dood dan levend bereiken we de top, met uitzicht over het “pretpark”, een natuurlijk meertje tussen de duinen waar je 80 RMB voor betaalt, en waar het beklimmen van de duin, het afglijden en een ritje op een kameel nog eens apart kosten. De Chinees denkt: massa, dus goed, en betaalt er grof voor. Het mooiste is de afdaling: met zand in alle kieren glijden en springen we naar beneden.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie