We blijven een dag langer in Kolda, deels voor de tweede rabiësvaccinatie, deels omdat Mette haar eigen versie van mijn eerdere ziektedag te pakken heeft: hoofdpijn, keel, koorts. Ze slaapt het grootste deel van de ochtend en dat is precies wat nodig is.
Kolda ligt ver van zee, diep in het binnenland van Senegal en zonder een zuchtje verkoeling van de kust, en in het droge seizoen loopt het hier op tot ver boven wat we aan de Casamance gewend waren. Vandaag is het mild naar lokale maatstaven, en ook dat betekent: hitte die tot traagheid dwingt.
Op pad voor het vaccin
Na het ontbijt stappen we op de fiets richting een apotheek, gewapend met het recept van het ziekenhuis in Sédhiou. De eerste apotheek heeft het vaccin niet. De tweede wel. De apotheker kijkt wat verbaasd als ik mijn Frans op kinderlijk niveau inzet, maar dat is geen onderschatting van haar; dit is simpelweg mijn plafond. Het werkt: we krijgen het rabiësvaccin mee, gekoeld, zonder opnieuw langs een ziekenhuis te hoeven.
Kolda is levendig en rommelig: geiten lopen door het verkeer, ezels trekken zwaarbeladen karren en alles wordt verhandeld langs openliggende werkplaatsen. Een openluchtslachthuis verspreidt een geur die honderd meter verderop al duidelijk aanwezig is en trekt een wolk gieren aan die de bomen in bezit hebben genomen. Het is een stad die niets verhult, interessant om doorheen te fietsen, maar de hitte maakt elke extra meter er één te veel.
Hitte, apen en bavianen
De rest van de dag brengen we door rond het zwembad. Water kopen we in vaten van tien liter voor duizend CFA, zo’n anderhalve euro; lunch is stokbrood en chocopasta, en in de schaduw met een Gazelle wachten we de hitte af. De groene meerkatten gebruiken mijn plekje bij het zwembad als vaste route. Ik weet niet of het er tien zijn of vijftig, of ze rondjes lopen of gewoon opduiken wanneer het hun uitkomt. Ze worden steeds brutaler en dat gespring en geklier met die lange staarten blijft fascinerend.
Maar dan wordt het beter. Aan de overkant van het water verschijnt een baviaan. Ik maak snel een foto en laat die aan Mette zien; ze haalt haar schouders op en wijst me op wat ze aanziet voor vlooien. Even later blijkt waarom: er komen er meer, veel meer. Grote, kleine, jongen op de rug van hun moeder, tientallen, misschien wel honderden. Ze trekken langs het water, blijven hangen, vlooien elkaar, ruziën en verdwijnen uiteindelijk richting een paar grote bomen om daar de nacht door te brengen.
Mette vindt het ook leuk, maar blijft nuchter: bavianen zijn volgens haar ongeveer de ratten van Afrika.
Ze heeft er op haar Afrikaanse reizen al te veel gezien om nog onder de indruk te zijn. ’s Avonds blijft het rumoer uit het bos hoorbaar. Op het terras zit het vol locals die er niet één keer naar opkijken.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Foto’s uit Senegal
Meer foto’s uit Senegal ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door Senegambia, nu in Senegal. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen