Door de theevelden naar Ayder

Published: Updated: 0 comments

Na het afscheid van het hotel nemen we vanaf de otogar de bus naar Pazar, tien lira per persoon. Langs de kust richting Rize verandert het landschap: het wordt natter en groener, en de hazelnoten die we zo lang hebben gezien maken plaats voor de beroemde Turkse çay. Overal tussen zeeniveau en zeshonderd meter staan de theestruiken geplant, goed voor bijna een miljoen ton per jaar, die vrijwel helemaal door de Turken zelf wordt opgedronken. Bijzonder is dat hier pas vlak voor de Tweede Wereldoorlog thee wordt verbouwd. Vanaf Rize begint het flink te regenen; we zijn in het natste gebied van Turkije beland. In Pazar stappen we in een dolmuş die ons zuidwaarts de bergen in brengt.

We rijden de Kaçkar Dağları binnen, hier de Hemşin-vallei genoemd: hoog, nat, groen en steil. Alle wolken van de Zwarte Zee vallen hier als regen naar beneden, en ten zuiden van deze bergen van vierduizend meter begint het droge Turkije. Hoe dieper we de Fırtına-vallei in rijden, hoe sneller het water stroomt; raften is hier populair. Landbouw is niet meer mogelijk, het is een en al groen en nat.

Alle wolken van de Zwarte Zee komen hier als regen naar beneden.

Ayder komt dan een beetje als een anticlimax: een drukke toeristenplaats met veel te veel hotels, auto’s en bussen, gepropt in een smalle vallei met een stuk of zeven grote watervallen. De meeste hotels zitten vol, want het is hoogseizoen voor de Turken, terwijl andere toeristen er op een enkeling na ontbreken. Boven in het dorp vinden we nog een kleine houten kamer voor negentig lira, met eigen douche en uitzicht op een waterval. De eerste indruk is niet best: slecht weer, te druk en te duur, en door de dichte mist zien we weinig van de hoge bergen om ons heen. De Turkse toeristen dansen spontaan op straat, en we eten vlees van de grill, waarbij het “problem yok” van de kelner een bevestiging is van Turkije.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie