
Ik breek mijn kamp op in Vayots Dzor en rijd oostwaarts. De weg blijft klimmen, vandaag meer dan ooit: ruim tweeduizend hoogtemeters over drieënnegentig kilometer, mijn zwaarste klimdag tot nu toe. Het zuiden van Armenië wordt hoger en ruiger, en de lente is hier nog maar net begonnen.

Een kudde op de weg
Bij een rij betonnen rustafdakjes uit de Sovjettijd, parasolvormig langs de weg, word ik tegengehouden door een kudde.
Honderden schapen en geiten vullen de hele weg, op me af gedreven door een herder.
Ik stap af en wacht rustig tot ze voorbij zijn, een prachtige gebeurtenis. Het is voorjaar, en de herders drijven hun dieren omhoog naar de zomerweiden: zodra de sneeuw smelt staat daar vers gras, terwijl het lager gelegen land straks in de zomerhitte verdroogt. Praten lukt niet, we delen geen woord, maar aan zijn gezicht zie ik dat hij het contact net zo aardig vindt als ik.
Verderop staat een tankstation tegen steile roodbruine rotsen, met een paar Lada’s en een Niva op het erf. Rond het middaguur stop ik voor de lunch bij een restaurant met uitzicht op het water. Mijn camera ligt op tafel, en de vrouw die er werkt vraagt of ik haar en haar familie wil fotograferen. Dat doe ik. Later, als ik weer ergens internet heb, mail ik haar de foto’s. Ze is er blij mee, want van zichzelf en haar familie heeft ze er bijna geen.

In een ritme komen
De klim houdt aan, door rood geërodeerd gesteente en daarna weidse groene dalen met bloeiende struiken en besneeuwde toppen erachter. Het is fris, net niet koud genoeg voor handschoenen, en op de toppen ligt nog sneeuw. Hoog in de bergen staat de bloesem net open. Ik merk dat ik in een ritme kom: de dagen zijn zwaar, maar ik slaap vroeg, maak nachten van tien uur en eet enorm veel. Mijn lichaam went eraan, of wordt sterker, dat weet ik niet precies, maar ik voel het.
Aan het eind van de dag rol ik Sisian binnen, op bijna achttienhonderd meter. Ik eet bij het Krunk, een truck-stop langs de weg, niet de gezelligste plek maar wel functioneel, en in een winkel-eethuis staat een vrouw in een blauw schort achter de toonbank, zoals zo vaak in Armenië de vrouwen de zaak runnen terwijl de mannen rondhangen. Ik bestel soep en een grote schnitzel met friet. Wie zulke afstanden fietst heeft honger, en eten kun je in Armenië uitstekend. Buiten de stad zoek ik weer een plek voor de tent.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Foto’s uit Armenië
Meer foto’s uit Armenië ›




Waar deze dag ligt
Over land naar het oosten, nu in Armenië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering6. Over de Vardenyats-pas, met een hond
Volgende aflevering ›8. Honger in de kloven van SyunikSpring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen