Fietsen door Zuidelijk afrika
Van de Namibwoestijn tot de Zambezi: een fietsreis over lege wegen, door nationale parken en grensposten.
reisverslag en praktische gids
Fietsen door Namibië, Botswana en Zambia
Voor ik aan deze fietsreis door Namibië, Botswana en Zambia begin, weet ik één ding zeker: dit wordt geen tocht van dorp naar dorp met om de tien kilometer een terras. De afstanden zijn hier anders. Water, brandstofpunten en overnachtingsplekken plan je vooruit. Soms zelfs je rustdagen.
De drie landen hebben overeenkomsten: links rijden, uitgestrekte natuurgebieden, onverwachte controleposten en wegen die na strak asfalt zomaar overgaan in zand of wasbord. Tegelijkertijd verschilt elk land in detail. Namibië is logistiek overzichtelijk en strak georganiseerd. Botswana voelt stiller en ruimer, maar vraagt om meer zelfredzaamheid zodra je de hoofdwegen verlaat. Zambia is levendiger en drukker, met wegen die je alert houden.
Op deze pagina verzamel ik de praktische basis: grensregels, invoerbeperkingen, verkeersregels, brandstof, wegcondities en andere aandachtspunten voor zelfstandig reizen. Dit vormt de achtergrond bij mijn dagelijkse fietsverhalen. In die verslagen wordt duidelijk hoe theorie en praktijk zich tot elkaar verhouden — hoeveel liter water echt nodig is, hoe een controlepost daadwerkelijk verloopt en wat “grote afstand” betekent wanneer je zelf moet trappen.
Dit is het kader van de reis. De dagverhalen laten zien hoe het uitpakt.
Laatste berichten
-
Van Namwala naar Itezhi-Teshi per fiets, via een gratis pont over de Kafue. Een dag vol onverwachte details: ossenwagens, joelende kinderen, een kleermaker bij een general store en een uitzicht over Lake Itezhi-Tezhi dat we niet hadden verwacht.
-
Het toeristenuniversum brokkelt langzaam af. Lang geleden lieten we het blanke Afrika achter ons, maar reden we daarna toch nog door een parallelle wereld van lodges en safaribedrijven. In Zambia …
-
Van Choma via de stille M11 naar Kafue National Park: van vrachtwagenterreur naar bijna 100 kilometer fietsplezier. Het landschap wordt tropischer, de dorpen levendiger en op 1 mei lopen de mensen in pak en zondagse jurk. Aankomst in een lodge waar fietsers een belevenis zijn.
-
190 kilometer over de T1 van Livingstone naar Choma in twee dagen: tegenwind, zwaar vrachtverkeer, drie lekke banden en een simkaart die een uur kost op een stoffig plein in Kalomo. Livingstone blijkt ook de stad te zijn waar olifanten elk jaar de woonwijken binnenlopen, met dodelijke confrontaties tot gevolg.
-
De Zambiaanse kant van de Victoria Falls, goedkoper en rustiger dan de Zimbabwe-kant, met een zingend en dansend publiek op de Knife Edge Bridge. ’s Middags een microlightvlucht van kwartier over de Zambezi, het ondergelopen land en de waterval in volle breedte.
-
Over de Victoria Falls Bridge van Zimbabwe naar Zambia, langs de Zambezi naar Mosi-oa-Tunya National Park. Het kleinste nationale park van Zambia herbergt de enige witte neushoorns van het land: tien dieren, dag en nacht bewaakt. We zien er vijf op minder dan honderd meter afstand.
-
Bezoek aan de Victoria Falls in Zimbabwe tijdens het hoogste waterpeil in jaren. 3.800 kubieke meter per seconde over de rand, bijna twee keer de gemiddelde Rijn. De eerste ronde levert weinig uitzicht op door de nevel, de tweede ronde des te meer. Een waterval die zijn naam waarmaakt: de rook die dondert.
-
Van Kasane naar Victoria Falls via twee grensovergangen en 71 kilometer door Zambezi National Park. Niet de olifanten langs de weg maken het spannend, maar de vrachtwagens. Bij aankomst in Victoria Falls: waterdamp, een dreunend geluid en olifanten op vijf meter van de tent.
-
Een lange dag wachten op een nachtsafari met honderd procent kans op hyena’s en buffels. De safari door Elephant Alley, het olifantencorridorgebied op de grens van Botswana en Zimbabwe, levert olifanten, zebra’s en gnoes op, maar geen hyena’s. De belofte blijft onhoudbaar.