Van Bansko naar Trigrad is honderdvijfendertig kilometer, en we rekenen er drie uur voor. Dat ligt niet aan de weg. Het asfalt is op de meeste stukken nieuwer dan we in Bulgarije gewend zijn geraakt. Het ligt aan het reliëf: elke rug en elk dal betekent een nieuwe reeks haarspeldbochten, en tussen de bochten is weinig rechte weg. Op de borden staat al een tijd de Griekse stad Drama aangegeven. De Rodopen liggen tegen de grens aan en lopen er aan de andere kant gewoon door.
Het gebergte is een ander soort dan wat we de week ervoor liepen. Lager en ronder, met 2.191 meter als hoogste top, maar veel groter van oppervlak en met uitgestrekte bossen. Waar Rila en Pirin vooral graniet en puin laten zien, liggen hier tussen de bossen kalksteengebieden, en daarin hebben rivieren kloven uitgesleten.
Minaretten en een leeg dorp
Halverwege slaan we af naar Kovachevitsa. Na dagen van grauwe flatjes en half afgebouwde huizen rijden we een dal in waar de huizen van natuursteen zijn, met een houten bovenverdieping die over de straat hangt en daken van zware stenen platen. Het dorp is sinds 1977 beschermd. Er wonen nog een paar tientallen mensen, en op bijna elke voordeur hangt een rouwbericht met een foto. In de dorpen ervoor is meer leven: oude vrouwen in klederdracht op een bank, een handelaar die zijn waar vanuit een bestelbus op de stoep legt.
Hoe verder we naar het oosten rijden, hoe vaker er een minaret boven een dorp uitsteekt. Steeds één kleine moskee per dorp, nooit meer. In de westelijke Rodopen wonen de Pomaken, moslims die Bulgaars spreken. Na het Rilaklooster had ik dit niet verwacht. Op de weg zelf verandert niets: ook hier blijft de gemiddelde automobilist in een bocht niet aan zijn eigen kant, en wie zich aan de snelheid houdt, heeft binnen een minuut een bumper in de spiegel.
Trigrad, waar we drie nachten blijven, ligt op ruim twaalfhonderd meter bij de ingang van een kloof. Van onze kamer kijken we uit over de daken en de sparren op de hellingen. Het is geen mooi dorp en het probeert dat ook niet te zijn. Er zijn geen pleintjes en geen gerestaureerde gevels; mensen wonen er gewoon. Voor de huizen ligt het hout dat nog gekloofd moet worden, en dat doen ze met een paar man tegelijk.
Negen graden en geen pad
Wat we hier niet hadden verwacht, is de kou. Op de ochtend na aankomst wordt het nergens warmer dan negen graden. Op de weerkaart blijkt een koude luchtbel precies boven de Balkan te hangen, terwijl het in Zweden zeventien graden is. In het dorp lopen de mensen in net zoveel lagen als wij. De kou is vroeg dit jaar: het winterhout ligt nog ongekloofd voor de huizen, en de open haarden staan nog niet aan.
Het tweede wat tegenvalt, zijn de paden. We zijn hier voor de natuur, en die is er volop, maar wandelpaden liggen er weinig. Wat de kaart als route aangeeft, is vaak een brede onverharde weg voor terreinwagens, en de paden die er zijn vertrekken bijna nooit bij ons hotel. Met de auto ernaartoe rijden kost onevenredig veel tijd voor de afstand, en de meeste zijwegen zijn niet verhard. Onze kleine huurauto houden we liever heel.
Eén wandeling van vijftien kilometer begint wel in het dorp zelf. Het pad gaat door de Trigradkloof, waar de wanden tot ruim driehonderd meter hoog zijn en over een paar kilometer maar zo’n honderd meter uit elkaar staan. In de kloof ligt de ingang van de grot Duivelskeel, waar de toeristenbussen stoppen; voorbij de grot wordt het stil. Daarna klimt het pad door naaldbos naar de open hellingen boven het dorp, waar schapen en koeien grazen onder de hoede van grote herdershonden, die blaffend op je af komen zodra je bij de kudde in de buurt komt.
Op het pad liggen wolvendrollen.
Een weide terugwinnen bij Smoljan
Na de bergdorpen van de afgelopen weken is Smoljan de eerste plek in Bulgarije die levendig en gezellig aanvoelt. De stad ligt langgerekt in een smal rivierdal, met bomen langs de straten en een centrum waar iets gebeurt. Er staat veel beton uit de socialistische jaren, hoekig en zwaar, en ik kijk er liever naar dan naar de zoveelste gerestaureerde oude binnenstad. Er staat ook veel leeg, waaronder een groot gebouw dat eruitziet als een voormalig hotel met restaurant.
Boven Smoljan ligt hut Perelik op 1.960 meter, het beginpunt van een ronde over open graslanden en door dennenbos. Eind september zijn de bosbessen roodpaars verkleurd en zo goed als leeggegeten, en de mest op het pad laat zien door wie: marters en beren. Vanaf het hoogste punt van de ronde kijk je naar het westen over de bergen.
Op een open helling staat een oranje trekker met een houtversnipperaar. Achter de machine ligt het gras onder een bruine laag houtsnippers, op sommige plekken een hand dik. De sparren die de man omzaagt, zijn jong, opgeschoten op een weide die dichtgroeide toen de kuddes uit het gebergte verdwenen. Losse bomen laat hij staan. Sinds Bulgarije in de EU zit, levert een bergweide met weinig bomen hectarepremie op. Vee zie ik er niet.
De ronde wordt eenentwintig kilometer in plaats van achttien, met het laatste stuk over een pad zonder markering dat in de struiken ophoudt. Mette loopt hem uit zonder klachten, en daarmee is ze klaar voor de St. Paul’s Trail in Turkije.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Praktische informatie
Hoe er komen: van Bansko naar Trigrad is 135 kilometer over bergwegen; reken op minstens drie uur, en met een omweg via Kovachevitsa op een volle dag. Vanuit Sofia rijdt dagelijks een bus naar Smoljan, in ruim vier uur.
Slapen: in Trigrad staan een paar hotels en gastenhuizen, enkele met sauna, wat eind september geen overbodige luxe is. In Kovachevitsa zijn gastenhuizen in de oude stenen huizen. Smoljan heeft de meeste keus.
Eten: de mehana’s in de Rodopen hebben vrijwel dezelfde kaart. Bestel van de lijst met streekgerechten: patatnik van geraspte aardappel en ui, en Rodopski klin, dun deeg met rijst en kaas. In september 2026 kostte een streekgerecht 6 tot 7 euro, een halve liter wijn 5 euro en een halve liter bier 2 euro of minder.
Duivelskeel: de grot Dyavolsko Garlo ligt twee kilometer van Trigrad. Je gaat naar binnen met een rondleiding van ongeveer een half uur en klimt via ongeveer driehonderd treden naast een ondergrondse waterval van tweeënveertig meter weer naar buiten. Binnen is het acht graden.
Wandelingen: gemarkeerde paden zijn schaars en de Rother-gids beschrijft de Rodopen niet. Wij liepen een eigen route van vijftien kilometer door de Trigradkloof en verder door het bos, en een ronde van eenentwintig kilometer en ruim achthonderd hoogtemeters vanaf hut Perelik, achttien kilometer van Smoljan. Neem een kaart of route op je telefoon of horloge mee.
Beste reistijd: juni tot half september. Eind september kan het op duizend meter hoogte overdag onder de tien graden blijven; bij hut Perelik was het om half elf ’s ochtends vier graden.
Nog weten: loop met ruime afstand om kuddes met herdershonden heen. In de Rodopen leven beren en wolven; sporen zie je vaker dan de dieren zelf.
Plan je reis
- Overnachten in Bulgarije: vergelijk accommodaties ›
- Trein-, bus- en vliegtickets in Europa: vergelijk op Omio ›
- Activiteiten en excursies in en rond Trigrad: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Bulgarije ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Bulgarije ›
Vier graden bij de hut25 september 2026
Een hond voor één dag23 september 2026
Eten bij de Mexicaan21 september 2026Plan je eigen reis door Bulgarije
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Eens per maand in je inbox
Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.
Zonder advertenties
Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen