De nachtbus uit Kunming schudt ons over een snelweg vol fabrieken: schoorstenen, stank, een oranje gloed. Slapen lukt niet in de smalle couchettes, dus we zien de hele industriële aanloop naar de grens voorbijkomen. Tegen zevenen rijden we Hekou binnen, in stromende regen. De lucht is hier meteen warmer en klam.
De grens gaat pas om acht uur open. In de tussentijd zoek ik met Yan een geldwisselaar. We hebben nog 650 yuan, en tegen een gunstige koers maakt dat ons miljonair: 1,26 miljoen dong, een verhouding van ongeveer 1 op 20.000 met de euro. Wat zou alles hier kosten? We weten dat ook dollars in Vietnam graag worden gezien, net als in Mongolië, en dat het soms handig is heen en weer te schakelen tussen dollars en de lokale munt. De Chinese kant van de brug is vriendelijk en snel, met een laatste stempel. Aan de Vietnamese kant zijn ze strenger: mijn tas vol boeken wordt argwanend doorgebladerd, want wie sleept er nu zo veel papier mee? Er zit niets opruiends of pornografisch tussen, en ik mag met boeken en al door.
Een ander straatbeeld
Aan de overkant van de Red River is alles anders. Andere gezichten, en bijna iedereen draagt een brede strohoed. In Lao Cai wisselen we bij de bank met de beste koers nog wat dollars. Een chauffeur brengt ons voor 30.000 dong (ca. €1,50) per persoon in een uur naar Sapa; heerlijk, die kleine afstanden na China. Vanuit het busje is het verschil al zichtbaar: een socialistisch land, leeg en groen, met rijstvelden die tot tegen de bergen op lopen. We zijn in het gebied van de bergstammen, de Montagnards, en nog geen uur over de grens komen we de eerste H’mong tegen.
We zijn nog geen dag in Vietnam, maar het voelt meteen goed.
Aankomst in Sapa
Om tien uur staan we in Sapa, en meteen om ons heen een horde mensen: de ene helft (Vietnamezen) wil ons een hotelkamer verkopen, de andere helft (de bergstammen) handwerk. We splitsen op, vergelijken een paar hotels en onderhandelen. Het wordt het High Mountain Hotel, met een balkon op de bergen, voor vijf euro per nacht per kamer. In de badkamer ligt onze eerste grote kakkerlak, dood. We slapen voor het eerst onder een muskietennet, iets wat we in heel China niet zijn tegengekomen, en lezen op het balkon. ’s Avonds eten we met onze groep, Phil, Yan en Jennifer, in het Lotus, en voor het eerst staat er ree op tafel: vanwege de berichten over de vogelpest mijden we kip waar het kan.