Op Don Det noemen we de gastvrouw “mama” en de gastheer “papa”; wil je ontbijten, dan roep je “mama”. Je voelt je meteen opgenomen. Per fiets verkennen we Don Det en het iets grotere Don Khon, langs houten huizen, rijstvelden, palmen en bamboe. Tussen de eilanden ligt een Franse spoorbrug, ooit aangelegd om boomstammen veilig langs de watervallen te vervoeren; tol om verder te fietsen gaat naar een school en een ziekenhuis. Bij een klein restaurant worden we uitgenodigd om mee te eten van de sticky rice met groenten. Aan het uiterste punt van Don Khon zoeken we vergeefs naar de zeldzame Irrawaddy-dolfijn.
Een bekend gezicht uit een ander leven
Liggend in de hangmat met veranda-service van mama zie ik ineens een bekend gezicht over de balustrade van de buurbungalow: Lotte, die ik viereneenhalf jaar niet heb gezien, sinds ze naar Australië vertrok. Een bungalow naast de onze, juist nu.
Een bungalow naast de onze, viereneenhalf jaar na ons laatste weerzien: verklaren gaat niet.
Met haar en met Trudy, die op Ko Pha Ngan woont, varen we de volgende middag met papa’s longboat over de rustige Mekong, behendig langs en over de zandbanken, langs de groene oevers en het leven van de bewoners. Het zieke buurkind huilt gelukkig minder, maar een dokter is er niet; als een kind hier ernstig ziek wordt, gaat het dood, en mama ontwijkt elke vraag erover.
In deze serie: Over Land naar Singapore
- 110. Wat Phu, een Angkor-tempel voor onszelf
- 111. Naar de Vierduizend Eilanden
- 112. Per fiets over de eilanden, en een onverwacht weerzien
- 113. De grootste waterval van Zuidoost-Azië, en een afscheid
- 114. Terug naar Pakse, met kikkers aan boord
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.