Vanaf de ontbijttafel aan de Mekong kijken we uit op de drakenbootraces: een stuk of tien lange boten met elk tien à twaalf roeiers in felgekleurde shirts schieten voorbij, terwijl aan de overkant, in Thailand, dezelfde races plaatsvinden. We doen het rustig aan met een potje Yahtzee, en anders dan in China trekken we hier nauwelijks bekijks. We boeken voor morgen een tuktuktocht langs vier grotten voor USD 15, en lopen over de markt, waar alles wordt verkocht wat dood en levend is: ratten, ganzen, kevers, kikkers, padden.
De Vietnamezen planten de rijst, de Cambodjanen kijken hoe hij groeit en de Laoten luisteren hoe hij groeit.
Een avond met landgenoten
In het hotel treffen we een stel uit Groningen, en ’s avonds strijkt ook een Nederlands vrouwenstel neer; na maanden zonder landgenoten wordt het een ouderwetse ouwehoeravond die pas om half drie eindigt, met de tuktuktour de volgende ochtend al om zeven uur. We eten nog een Lao-salade van papaja, in een vijzel gestampt, pittig en fris tegelijk, op een plastic stoel binnen de tempelmuren, terwijl op de podia van het festival nog steeds vooral niets gebeurt behalve veel lawaai.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.