Gisteren hadden we een lange fietsdag, dus vandaag houden we het korter. Er zijn twee manieren om in Katima Mulilo te komen: de directe route over de B8, of de langere zuidelijke variant langs de grens met Botswana. Die laatste lijkt spannender, dus de keuze is snel gemaakt.
De uitdaging zit vooral in de logistiek. De eerste 100 kilometer zijn er wel campings, maar allemaal ‘self-catering’. Dat betekent: je betaalt voor een mooie plek, maar moet alles zelf meenemen. In de grote supermarkt van Kongola slaan we daarom eten in voor drie dagen.
Twee dingen zijn belangrijk om vooraf te beseffen. Slapen in de bush is hier iets anders dan in de woestijn. Het is geen goed idee. In theorie kunnen we altijd aankloppen bij een dorp en daar onze tent opzetten, maar na een dag fietsen is het prettig om gewoon je eigen plek te hebben zonder alle aandacht, vooral van kinderen. Daarnaast reist hier vrijwel iedereen georganiseerd of met een 4WD-camper. De infrastructuur is daarop ingericht. Tot nu toe konden we daar prima tussendoor bewegen, maar hier wordt dat waarschijnlijk wat lastiger.

Leven langs de weg
De kleine nederzettingen langs de weg bestaan uit dezelfde ronde hutten. Opvallend is dat hier veel minder omheind is dan we eerder zagen. Geen duidelijke kralen met palen eromheen. Daardoor kijken we letterlijk meer het leven in. Op het eerste gezicht lijkt er weinig te gebeuren. Mensen zitten, hangen, wachten. Maar als je beter kijkt, is iedereen bezig. Vuur maken, roeren in een pot, stampen, wassen, hout hakken. Voor water moet vaak ver gelopen worden. Kinderen lopen kilometers naar school. Het is een eenvoudig leven, zonder apparaten die werk uit handen nemen.
Misschien verklaart dat ook waarom gezinnen groot zijn. Meer handen betekenen dat het werk verdeeld kan worden. Waar wij tijd besparen met machines, investeren zij tijd en mensen. Dat geeft een ander ritme, maar niet per se meer drukte.

Toubab?
Zodra we in beeld komen, verandert alles. Kinderen springen op, rennen naar de weg, zwaaien en roepen. Niet alleen “hello”, maar ook iets dat opvallend veel lijkt op “toubab”. Dat hoorden we eerder in Senegal, waar het simpelweg ‘witte persoon’ betekent. Of het hier dezelfde oorsprong heeft, weet ik niet, maar de klank is te herkenbaar om toeval te zijn. We zwaaien altijd terug. Het kinderalarm werkt aanstekelijk, want al snel doen ook de volwassenen mee. Het blijft vriendelijk, open en gezellig.
De vraag om “sweets” of “candy” komt ook hier regelmatig terug. We snappen het, maar doen er niet aan mee. We houden het bij contact: zwaaien, lachen, een paar woorden. Dat werkt meestal prima. Soms loopt het anders. Als een groep kinderen in schooluniform ons tegemoet komt rennen, organiseer ik een fotosessie. Kleren worden rechtgetrokken, er wordt geduwd en gelachen, maar uiteindelijk staat iedereen keurig op de foto. Dat is voor ons een moment om iets terug te doen.
Helemaal consequent zijn we daar dus niet in. Maar probeer maar eens een grote groep kinderen uit te leggen dat ze allemaal één snoepje krijgen, terwijl ze stuk voor stuk overtuigend kunnen laten zien dat zij er écht nog geen hebben gehad.
2 comments
ademloos 3 verhalen achter elkaar gelezen. Zo leuk om dat na de strips te doen! Ik heb gisteren wel leeuwen gezien! in Burgers Zoo!
Wij hebben inmiddels ook veel leeuwen gezien. Lees maar in nieuwste verhaal. Ik denk dat we er dichterbij waren dan dat je in de dierentuin kan.