Home AfrikaNamibiëFietsen in Namibië: 24 uur onderweg naar de rand van de Kalahari

Fietsen in Namibië: 24 uur onderweg naar de rand van de Kalahari

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

De reis naar de rand van de Kalahari begint niet met een pedaalslag, maar met karton en ducttape. Elf weken fietsen door zuidelijk Afrika klinkt avontuurlijk, maar de eerste dag is vooral logistiek. In de vertrekhal van Zaventem transformeren twee fietsen tot anonieme colli: pedalen eraf, sturen dwars, de kwetsbare mechaniek gevangen in bubbeltjesplastic. Zodra de afwijkende bagage op de band verdwijnt, houdt de eigen controle op.

Via Addis Abeba vliegen we naar Windhoek. Ethiopian Airlines functioneert als de voornaamste schakel tussen Europa en zuidelijk Afrika; de meeste routes naar de regio lopen via deze hub, wat de reistijd verlengt maar het continent logistiek bereikbaar maakt. Een nachtvlucht betekent half slapen in een stoel; in Addis is het warm en druk, maar het vliegtuig vertrekt op tijd.

Bureaucratie op het centrale hoogland

We landen in de middag op Hosea Kutako International Airport, veertig kilometer buiten Windhoek. Geen slurven: we lopen via een trap het platform op. De warmte is direct voelbaar, al ligt Windhoek op ruim 1.600 meter in het centrale hoogland, wat verklaart waarom het hier buiten de zomermaanden minder verstikkend heet is dan veel mensen bij “Afrika” verwachten.

Binnen wordt het snel druk. Twee internationale vluchten tegelijk betekent lange rijen bij de visa on arrival: N$1.600 per persoon. Bij de balie vragen ze hoe lang je wilt blijven, tot een maximum van 90 dagen; wij krijgen twee maanden met meerdere in- en uitreizen. Het duurt 45 minuten; stempels, formulieren, controles, weinig uitleg. Namibië voerde de visumplicht per 1 april 2025 in voor reizigers uit landen die Namibiërs zelf ook een visum laten betalen.

Tot onze opluchting staan de fietsen al klaar bij de bagageband. De dozen zijn beschadigd, de inhoud hopelijk niet. Buiten, in de schaduw, bouwen we alles terug op: wielen erin, sturen recht, pedalen vast, tassen gemonteerd. Ruim een uur werk, en om drie uur zitten we op de fiets. Windhoek ligt nog 45 kilometer verderop; het land telt nog geen drie miljoen inwoners op een oppervlak van ruim twintig keer Nederland. Luchthavens liggen ergens in het landschap.

Fietser op een rustige weg

Savanne en tegenwind

De eerste kilometers zijn direct serieus. Golvend terrein, harde tegenwind; het centrale plateau bestaat uit lange, licht stijgende wegen die op de kaart onschuldig lijken maar energie vreten. Het verkeer bestaat bijna uitsluitend uit pick-ups en zware 4WD’s. Dat is geen toeval: afstanden zijn enorm, veel secundaire wegen zijn onverhard, en buiten de steden rijdt er geen bus. Bij het eerste tankstation stoppen we voor water en rijst met kip. In een land met minder dan drie inwoners per vierkante kilometer zijn dit soort plekken supermarkt, restaurant en ontmoetingsplek tegelijk.

Het is net na de regentijd en de savanne staat groen. Langs de weg zit een groep bavianen in een acacia; even later steken twee wrattenzwijnen het asfalt over. We rijden 45 kilometer in ruim drie uur, en voor een eerste halve dag na een intercontinentale reis is dat zwaar genoeg. Rond half zeven bereiken we Windhoek. We overnachten bij Chameleon Backpackers, een plek waar veel overlanders, backpackers en fietsers samenkomen. Zwembad, bier, pizza.

De kop is eraf. Ons avontuur is begonnen.


Meer uit deze serie:
Windhoek op de eerste maandag van de maand →

Laat een bericht achter


Meer inspiratie