Home AfrikaNamibiëFietsen in Namibie: Het einde van het asfalt

Fietsen in Namibie: Het einde van het asfalt

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

De echte start van de reis is een kwestie van bevoorrading. In een land met gemiddeld minder dan drie inwoners per vierkante kilometer is waterplanning de belangrijkste dagtaak. Voor de eerste 50 kilometer is er geen gegarandeerde infrastructuur. We slaan lunch en water in bij de supermarkt en bezoeken de pinautomaat voor een herhaalsessie; de limiet van 2.000 Namibische dollar per opname dwingt tot geduld. In de stad werkt digitaal betalen, maar daarbuiten is cash de enige zekerheid en moeten we nog maar zien hoe vaak onze credit card het gaat doen.

De overgang van Windhoek naar de leegte is abrupt. Geen voorsteden of industriegebieden, maar een directe grens tussen stad en landschap. We rijden in zuidelijke richting het centrale plateau op. De weg stijgt richting de Kupferberg Pass op 2.067 meter hoogte. De eerste twintig kilometer ligt er nog asfalt. De savanne is groen door de recente regens, maar de aanwezige acacia’s met lange doorns vormen een constant risico voor de banden. De bavianen lijken zich hier niet aan te storen en kijken ons wantrouwend aan vanuit hun ‘fort’.

​De technische realiteit van gravel

Kort na de lunch stopt het asfalt. Ze hebben er een mooi bord neergezet. De weg verandert in gravel, de standaard voor het grootste deel van het Namibiische wegennet. Waar het hoofdwegennet steden verbindt met asfalt, vraagt de rest van het land om een andere techniek en een lager tempo. Voor de zware 4×4’s die ons passeren is het wegdek geen barrière, maar voor een fietser betekent het constante concentratie op los gruis en stof.

Het landschap op het plateau is open. Verkeer is schaars; lokale rijders minderen zelden vaart bij het passeren, wat resulteert in stofwolken en opspattend grind. Communicatie is een kwestie van timing. Op de pas is er nog bereik voor een WhatsApp-bevestiging bij de overnachtingsplek; daarna valt het netwerk weg. In dit deel van de wereld regel je zaken wanneer de techniek het toelaat, niet wanneer het uitkomt.

Economie van de wildfarm

​Aan het eind van de middag bereiken we Steinheim Private Game Farm. Het terrein beslaat 2.000 hectare, een oppervlakte die in Namibië geldt als een gemiddeld erf. Veel boeren combineren hier veeteelt met toerisme om de cashflow stabiel te houden. De runderen zorgen voor de basis, de gasten voor de extra inkomsten.

We kamperen bij een droge kreek. De faciliteiten zijn beperkt tot een functioneel gebouw met een douche en keuken. De boer arriveert later in een Land Cruiser, hier puur gereedschap voor het terrein. We rekenen 500 NAD af voor de kampeerplek en 50 NAD voor drie koude drankjes. Koeling is in deze droge en hete omgeving een kostbare luxe.

Hoewel het landschap is verdeeld door hekken voor het vee, trekt wild zoals zebra’s, jakhalzen en luipaarden er dwars doorheen. Dit is geen beschermd natuurpark, maar een werkend agrarisch landschap waar productie en wildbeheer naast elkaar bestaan. De dag eindigt met een maaltijd van pasta en tonijn.

Het asfalt ligt achter ons, het avontuur voor ons.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie