Terug in de geciviliseerde wereld: aankomst in Melbourne

Published: Updated: 0 comments
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Onze vlucht uit Singapore vertrekt om drie uur ’s middags; het einde van het Azië-deel van onze reis, en we weten niet goed wat Australië gaat brengen. Met de rugzak op zweten we ons een ongeluk in de Singaporese hitte, en eigenlijk zijn we dat klimaat zat: alles stinkt, op veel spullen zit schimmel. Boven Java trekt de lucht open, en bij het naderen van de Australische kust ter hoogte van Broome lijkt het of we boven Mars vliegen: rood-paarse woestijn, met daarin verspreide lichtpunten, waarschijnlijk mijnen, en een paar vreemde, snel bewegende lichten waar we geen verklaring voor hebben. Rond half twee ’s nachts landen we in Melbourne, met onder ons een indrukwekkende lichtzee. De douane, waarvan we strengheid verwachtten, valt mee: een stempel, “thanks mate, no worries”, en alleen mijn schoenen met Maleisische junglemodder worden voor de zekerheid schoongemaakt. Binnen een half uur worden we in de aankomsthal aangevallen door Sarah en Mike, die we kennen van de Love Parade in Berlijn in 2003.

Via de Freeway rijden we door nachtelijk Melbourne naar hun huis in Elsternwick, een van de vele suburbs, waar we tot diep in de nacht doorborrelen op Australische wijn en toast met kaas. We zijn terug in de geciviliseerde wereld, en dat is na negen maanden Azië even wennen. We krijgen een eigen kamer met het meest relaxte bed dat we ons kunnen wensen.

De hitte die in twee uur omslaat

De eerste hele dag is het 27 graden en blauw, maar dat blijft niet zo. Een dag later loopt het op tot een belachelijke vijfenveertig graden in de schaduw, met een harde noordenwind die zo heet aanvoelt als een föhn; je komt er niet tegen op. En dan, op één avond, draait de wind. Hij komt opeens uit het zuiden, en in een uur of twee zakt de buitentemperatuur ruim twintig graden. Het waait nu hard, maar de frisse lucht is een verademing. Zo’n omslag, van föhnhitte naar koelte binnen een avond, hebben we nog nergens meegemaakt; dit is de beruchte zuidelijke “buster” van Melbourne.

Bier, cricket en een possum

Melbourne is gek op sport: de Australian Open wordt nu in de stad gehouden, en cricket is een religie. Bij twee trays Victoria Bitter krijg je een pratende Boon-pop, naar de cricketheld die ooit tweeënvijftig blikken bier dronk op een vlucht van Sydney naar Londen; Mike moet heel wat bottleshops bellen voor hij er nog een vindt. Bij een drive-through bottleshop rijd je met de auto naar binnen, en een man laadt je bestelling in de kofferbak, want in de supermarkt mag geen drank verkocht worden. ’s Avonds druppelen vrienden van Sarah en Mike binnen voor een barbecue, en we merken hoe weinig we westers eten gewend zijn; we gaan ons flink te buiten. In de boom voor het huis ritselt een possum, voor ons bijzonder, voor de Australiërs zo gewoon als voor ons een konijn.

Op één avond draait de wind naar het zuiden, en in twee uur zakt de temperatuur ruim twintig graden, van vijfenveertig naar koelte.

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›

Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.

DelenWhatsAppE-mailFacebook

Laat een bericht achter


Meer inspiratie