21
We verlaten Khao Yai, waar elke ochtend om acht uur de vlag werd gehesen met het volkslied en iedereen stilstond, en reizen naar Bangkok. Het contrast is groot: van een vrijwel verlaten camping tussen de olifantenpaden naar een agglomeratie van naar schatting vijftien miljoen mensen.
Bangkok is niet het gekkenhuis dat we hadden verwacht, maar de hoeveelheid westerlingen schrikt ons af.
Een zachtere stad dan verwacht
Bangkok blijkt minder een gekkenhuis dan gevreesd. Wat ons wel afschrikt is de hoeveelheid westerlingen; na het toeristenvrije Laos en de stille jungle zijn we er nog niet klaar voor om ons in de meute te mengen. We horen dat er die avond een festival begint en besluiten daar later te gaan kijken, maar eerst zoeken we rustig een hapje te eten.