
Uit het reisverslag van de grote reis over land, november 2005. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik.
Na een half jaar door communistische en oud-communistische landen is Thailand het eerste land op onze route dat dat nooit is geweest, en dat zie je meteen. Waar het leven hoe zuidelijker we kwamen steeds trager werd, gebeurt hier weer van alles. We zijn ook een beetje bang voor de eerste indruk, want Thailand is een van de grootste toeristenmagneten van Azië.
Een makkelijke grens
De grens tussen Laos en Thailand is de eenvoudigste die we tot nu toe zijn overgestoken; we moeten zelf om de stempel vragen, anders lopen we er zo langs. Meteen valt op dat we in een ander land zijn. De wegen zijn geasfalteerd, er rijden nieuwe auto’s, de bussen vertrekken zonder eerst propvol te raken, en langs de weg is veel agrarische bedrijvigheid. Dat Thailand nooit gekoloniseerd is en al decennia van toerisme en export leeft, zie je terug in de infrastructuur. Voor het eerst op deze reis hebben we bovendien geen visum nodig, wat scheelt, want deze reis is al duur genoeg.
We beginnen rustig, in Ubon Ratchathani, de eerste grotere plaats over de grens. Het schrift en de taal lijken sterk op het Laotische, alleen zeggen ze net weer anders gedag en bedankt. Veel te acclimatiseren valt er niet; we genieten vooral van het feit dat we weer alles kunnen kopen wat we nodig hebben.
Kamperen in Khao Yai
Omdat er in Ubon weinig te beleven is, gaan we meteen door naar Khao Yai National Park, boven Bangkok. In Vietnam en Laos konden we nauwelijks de jungle in, en dat willen we hier goedmaken. We nemen voor het eerst de trein in Thailand, en meteen ook voor het laatst: hij is zo traag en ongemakkelijk dat we voortaan de bus nemen, die twee keer zo snel is. In Pak Chong maken we de fout een gratis lift naar een hotel aan te nemen, dat vol blijkt te zitten met pakkettoeristen en bovendien nergens bij de parkingang ligt. We vertrekken meteen weer en vinden via een reeks liften een camping midden in de jungle.
Khao Yai is een uitgestrekt aaneengesloten moessonbos, onderdeel van een complex dat 615.500 hectare beslaat. Overdag wordt de camping bevolkt door apen, ’s avonds en ’s nachts door reeën, stekelvarkens en enorme hagedissen. In het weekend stroomt hij vol met Thaise gezinnen die komen kamperen, iets wat we in geen maanden hebben gezien. Een Thai neemt ons mee op een nachtelijke rit door het park, waar we wilde olifanten tegenkomen. Overdag lopen we met kompas en kaart de paden af.
Door de hoosbuien over gladde paadjes, benen en rug onder de bloedzuigers, snappen we ineens waar de term regenwoud vandaan komt.
Floor is op 9 november jarig, en viert dat tussen de apen en de reeën. De wilde olifanten die ik haar had beloofd, komen een dag te laat.
Bangkok
Na bijna een week regenwoud zijn we toe aan een droog bed, schimmelbestrijding en goed eten. Direct buiten de camping krijgen we een lift achter in een pick-up, in één ruk tot in het centrum van Bangkok. Met twaalf miljoen inwoners is het groot en druk, maar het gekkenhuis dat we hadden verwacht valt mee; na de Chinese miljoenensteden is onze maat voor drukte flink opgerekt. We strijken neer in een rustige straat in de toeristenwijk, waar het aantal westerlingen ons na maanden nog het meest verbaast.
De eerste dagen besteden we nuttig. We steken ons in het nieuw en laten bij de tandarts onze tanden schoonmaken en vullen, voor bijna niets. Wie een nieuwe garderobe nodig heeft en toevallig ook aan zijn gebit toe is, koopt voor 450 euro een retourtje Bangkok en houdt geld over. Over twee dagen gaan we door naar Ko Tao, waar ik een duikcursus wil doen.
Praktische informatie
Route en tijd. Grens bij Chong Mek – Ubon Ratchathani – (trein) Pak Chong – Khao Yai National Park – Bangkok, begin tot 15 november 2005.
Visum. Nederlanders krijgen bij aankomst een gratis vrijstelling voor 30 dagen; vooraf een visum regelen is niet nodig (situatie 2005). Anno 2026 staat de vrijstelling op 60 dagen, maar het Thaise kabinet heeft besloten hem terug te brengen naar 30 dagen, vijftien dagen na publicatie in het staatsblad. Nieuw is bovendien de digitale aankomstkaart TDAC, sinds 1 mei 2025 verplicht en in te vullen in de drie dagen voor aankomst.
Khao Yai. Onderdeel van het Dong Phayayen-Khao Yai Forest Complex, 615.500 hectare bos over een lengte van 230 kilometer, sinds 2005 UNESCO-werelderfgoed. Kamperen kan; ga doordeweeks voor rust of in het weekend voor Thais gezelschap. Neem bescherming tegen regen en bloedzuigers mee.
Vervoer. De trein naar Pak Chong is traag; de bus is sneller en comfortabeler.
Plan je reis
- Overnachten in Thailand: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Thailand: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in en rond Ubon Ratchathani: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Thailand ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Thailand ›
De reis komt ten einde: Bangkok en terug naar Nederland20 maart 2007
Terug in Nederland: koud, stil en meteen weer in het systeem12 maart 2007
Ziek in Cambodja: een mislukt plan en een ziekenhuis in Thailand20 februari 2007Plan je eigen reis door Thailand
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.