We sjokken op een olifant door de jungle, USD 5 per persoon, naar een dorpje waar de kinderen niet opkijken van de olifant maar wel van de blanken erop. Je zit hoog en oncomfortabel, en ziet de jungle van een ander punt. In elk dorp staat inmiddels een waterpomp, een voorbeeld van hulp die werkt: het gebrek aan schoon drinkwater was een van de grootste problemen van het land. Een gids laat ons zijn land zien, zonder hek of paaltje, met rijst, pepers, pinda’s, bananen, papaja’s en aubergine; hoe heter de pepers, hoe meer ze opbrengen. Hij is vijfentwintig, getrouwd, twee kinderen, en vertelt dat in de bergen soms al op twaalfjarige leeftijd wordt getrouwd.
Dit kunstmatige landschap van terrassen is mooier dan het oorspronkelijke land.
Met de fiets de hoogte in
De tweede dag huren we bij Mr. Tim twee fietsen, klein en zonder versnellingen, en klimmen we in de ochtendhitte het Bolaven-plateau op, het grootste deel lopend. Boven drinken we een flesje limonade bij een minuscuul winkeltje, waar een vrouw zo onvervalst lacht dat we blij zijn juist daar gestopt te zijn. We fietsen naar de bovenkant van de waterval, waar we twee dagen eerder onderaan stonden, met een weids uitzicht over het land; in het droge seizoen stort er maar een dun stroompje af, maar de potentie is er. De dorpen hierboven zijn armer dan Tat Lo, en het valt op dat hier juist niet wordt gebedeld, wat het vermoeden bevestigt dat het bedelen door toeristen is aangeleerd.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.